aziegek.reismee.nl

...Elsje, ze pesten ons...

Na de (relatieve) drukte van Hong Kong en Macau (want na India is alles rustig!) was het tijd voor de drukte van Guangzhou, wéér een grote stad. Na een 'schitterende' hotelkamer zonder ramen gevonden te hebben (af en toe best heerlijk; je hebt geen idee hoe laat het is ;-)) hebben we de tombe van koning Nanyue bekeken (ook al zonder ramen...) Sommige mensen hebben hier wel ramen, maar dan metselen ze er een muur voor...maar we dwalen af... De tombe van Nanyue was erg leuk want je kon echt ín de tombe rondkijken. En ook omdat we de eigenlijke tombe van keizer Qin (je weet wel, die van die 2000 kleipoppetjes) hadden overgeslagen. Nanyue lag trouwens niet begraven in een kist, maar in een soort van 'maatkostuum', gemaakt van héél veel stukjes jade. Erg knap gemaakt. Bewerkelijk ook vooral... allemaal kleine stukjes waar een gaatje in was gemaakt en die allemaal met een touwtje aan elkaar bevestigd waren, tot een soort mummiepak.

Net als Macau heeft Guangzhou de nodige koloniaalse gebouwen. En deze doen het blijkbaar leuk als achtergrond voor trouwfoto's. Het leek wel een bruidsfotofabriek en we hopen dat het voor de bruidscatalogussen was, want jeetje wat keken ze verveeld. We zijn dan ook niet op ideeën gebracht! Ghangzhou vonden we eigenlijk niet zo interessant en hebben daarom een uitstapje gemaakt ten noorden van Ghangzhou; heerlijk relaxed (op het KEIHARDE geluid van de motor na) een privé boottochtje en genoten van het uitzicht. Ondertussen nog 'even' (jeetje, wat een trappen weer) twee tempels bekeken. Eigenlijk waren we gekomen voor de tempels, maar de omgeving bleek indrukwekkender. 


Een nog indrukwekkender omgeving heb je in Yángshuò, waar je echt een prachtig landschap hebt van steile karstbergen. Super mooi! En hotels met gratis bier... nou ja dat beloofden ze toen we incheckten...uiteindelijk hebben we wel gratis biertjes gehad hoor ;-) De volgende dag was het tijd om de omgeving te verkennen; als Hollanders lekker op de fiets! Onze gids ging op de motor, haha. Zoals een aantal van jullie weten gaan Rogier en fietsen niet echt samen en kreeg al snel een lekke band... of we even 10 yuan konden geven om de band te laten plakken... Eh nee, alles wat mis kon gaan was voor risico van de gids, zelfs als ie gestolen zou worden dus na wat heen en weer geschreeuw hebben we lekker niks betaald en is er een nieuwe fiets gebracht.

Terwijl de gids druk was met de fiets hebben wij in de watergrotten rondgekeken, wat deze keer voor de verandering eens geen donker hol was. Het was een mooie grot met erg mooie formaties van stalagmieten/tieten. De Chinezen hebben veel inbeeldingsvermogen, want in elke formatie zagen ze zoiets als een schildpad, een tijger, een bloemkool, boeddha etc. Wij hadden regelmatig moeite hun creatieve geest te volgen, maar ach. Uiteraard liepen we in onze zwemkleding, want we konden nog lekker in een modderbad spelen (waar je verassend goed in blijft drijven). Hartstikke leuk (?) natuurlijk, maar nadeel was wel de temperatuur, brrr! Het water waarin we ons moesten afspoelen was nóg kouder, maar daarna mochten we lekker in een 'hotspring' badderen. Dat was wel heerlijk! Beetje jammer was dat we na afloop bijna een uur op Rogiers slippers moesten wachten... Om je eigen slippers te sparen kreeg je badslippers bij de ingang mee... helaas had iemand Rogier's slippers mee naar binnen genomen, terwijl die netjes in het rekje met schoenen van bezoekers stond... Wachten is nooit echt leuk en na de kapotte fiets waren we toch wel een beetje geïrriteerd. En toen de jongen de slippers gewoon neergooide er zelfs geen sorry van af kon, vond Rogier dat hij ze maar even schoon moest gaan maken... Het meisje dat bij de grotten werkt, zag dat dit niet zonder trap of stoot ging gebeuren en begon zelf hard te boenen op de slippers. Dat was natuurlijk zeker niet de bedoeling, maar we hebben het er maar bij gelaten... 
Verder hebben we nog Moonhill beklommen (wéér traplopen), een berg met een gat erin in de vorm van een maan. Er lopen hier hordes vrouwtjes met koude drankjes lopen te leuren. Ze hebben nogal een doorzettingsvermogen, want ze lopen helemaal met je naar boven, in de hoop dat je daar alsnog een drankje haalt. Uiteraard worden ze chagerijnig als je niks koopt, ook al heb je al honderd keer gezegd dat ze lekker beneden moet blijven staan omdat je toch niks gaat kopen... En er zijn er zoveel, dat elke toerist een wandelende privé koelkast heeft ;-)

Het openbaar vervoer lijkt soms net op goederentransport; er worden bijvoorbeeld manden met cake en plastic tassen met levende + gebraden kip op de bus gezet met de opmerking dat het bij de bakker/slager drie dorpjes verderop moet worden afgeleverd. En net zoals allerlei nog andere dingen worden ook wij soms vervoerd als een 'pakketje'. De dag van de boottocht werden we namelijk opgehaald bij het hotel door een jongen (geen idee wie hij was, maar goed van vertrouwen zijn we achterop zijn motor geklommen) en afgeleverd in de bus met instructies om er ons in Xingpíng uit te laten. Daar werden we opgepikt door een taxichauffeur die ontbijt voor ons regelde en ons afleverde bij een bootmeneertje, die ons na een rondje gevaren te hebben weer afleverde bij de taxichauffeur, die ons vervolgens weer op de bus zette. En binnen 4 uurtjes stonden we al weer in Yángshuò... terwijl wij dachten dat de boottocht 4 uur zou duren... miscommunicatie?? Hoe dan ook, in het vervolg doen we lekker alles op eigen houtje :D dat bevalt ons toch beter! Het was dus een beetje kort, maar het bamboovlot met relaxte 'lounge-achtige' stoelen en uiteraard de schitterende omgeving zorgden voor een geslaagde halve dag!

We zijn langs dezelfde rivier ook nog een dag gaan wandelen, van Yángdi naar Xingpíng. Dat was op zich erg leuk, maar de eigenaren van de bamboovlotten zijn wel erg vervelend! Je moet tijdens de wandeltocht een paar keer de rivier oversteken, maar waar... was voor ons de vraag. Maar voor de eigenaren van een bamboeboot zogenaamd een weet, volgens hun moet je namelijk altijd waar hùn bamboeboot ligt oversteken... en werden we om de 100m belaagd door die mannetjes die schreeuwden, BAMBOO, BAMBOO, HÉÉÉÉÉ, BAMBOO!!??? Eigenwijze Hollanders dat we zijn, zijn we lekker doorgewandeld tot het echt niet verder kon en toen met een meneertje naar de overkant gegaan. Door al het oponthoud door het bamboo gestechel, moesten we uiteindelijk met de taxi om op tijd terug te zijn voor de laatste bus en hebben we helaas geen foto kunnen maken van het schitterdende uitzicht met ondergaande zon van de bergen die op het 20 yuan biljet staan :-(

Dat Chinezen alles eten werd ons nog maar eens extra duidelijk op de boerenmarkt, waar echt alles wat beweegt/nog een beetje beweegt/of met veel geluk al dood is, te koop is. Alle onderdelen van kippen, eenden, vissen, konijnen, duiven, schildpadden, padden en zelfs honden waren hier te koop... Vooral dat laatste was wel zielig om te zien. Zeker omdat achter de, we zouden bijna zeggen gelukkige, dode gevilde hond (of wat er nog van over is) die te koop hangt, nog een hele hoop honden in een veel te klein hokje zitten. Zo klein dat ze zich zelfs met heel veel moeite er niet in kunnen omdraaien. Wachtend op hun beurt... En ja, er was een hondenvlees restaurant naast de markt, en nee, we hebben niet de hond in hotpot gevonden.

Om de toeristendrukte in Yángshuò te ontvluchten, hebben we nog een dagtripje naar Shítouchéng gemaakt. Een oud stadje op een berg waarvan de stadsmuur nog bijna geheel intact is. Althans volgens de lonely planet. Want nadat we eindelijk een gids hadden afgeschud (door de verkeerd kant op te lopen...) en met veel zoeken de eerste stadspoort gevonden hadden, bleek dat er eigenlijk nooit echt een stadsmuur geweest is. De muur werd namelijk gevormd wordt door de natuurlijke omgeving die bergwand heet. De poorten waren wel in tact maar het oude dorpje was ver te zoeken. Na onze verwachtingen bijgesteld te hebben, hebben we wel heerlijk rustig gewandeld door een niet zo oud dorpje. Wat de dag helemaal goed maakte was dat we lunch gegeten hebben bij iemand thuis. Een mevrouw die we tegenkwamen wilde wel lunch voor ons maken en dus gingen we met haar mee naar huis. Een soort van schuur waar eigenlijk alleen de slaapkamer was afgescheiden van de rest van de ruimte. Wel apart was dat menig ingrediënt voor het eten nou juist uit de slaapkamer te voorschijn werd gehaald. Na wat toneelspel werd ons duidelijk dat de lunch roergebakken tomaat met ei (één van onze favourieten) met rijst zou worden en 50 yuan moest kosten. Dat is voor hier toch wel een vrij fors bedrag voor een simpele lunch. Dus wij flink afdingen naar 30 yuan, wat nog vrij veel is, maar oke. Wat we pas later door hadden, was dat ze van plan was een heus feestmaal voor ons te bereiden. Want nadat ze ons wat mandarijnen en tomaatjes had gegeven, kwam ze met levende kippen de 'kamer' inwandelen en maakte ze gebaren of zijn kop eraf moest, inclusief bijpassend geluid, haha! Wij wilden gewoon een simpele lunch, dus hebben we daar maar voor bedankt. Ondertussen mochten we nog kijken hoe de rijst geharkt werd op het dakterras en waar ze water halen uit de put. Die mensen moeten echt enorm sterk zijn, als je zag met welke emmers water en rijst ze op haar schouders liep... Respect. En het was erg leuk om eens binnen te kijken in een woning en te zien hoe de mensen hier leven.  

Om toch nog een oud dorpje te kunnen zien, zijn we naar Huángyáo gegaan. Een tour was handiger en goedkoper, dus hebben we dat maar gedaan. Geen idee waarom het goedkoper was want we zaten maar met z'n vieren in een fullsized touringbus... Huángyáo is echt een super mooi dorpje en was typisch wat wij bij een oud Chinees dorpje verwachtten. En gelukkkig nog niet te toeristisch. Onze twee Chinese tourgenoten hadden het na een half uur al wel gezien en wilden weer terug, maar daar hebben we een stokje voor gestoken hihi. Na de rondleiding wilden we nog lekker met ons tweetjes rondkijken en hebben de volle tijd die we eigenlijk hadden, benut. Tja, waren we eindelijk in een oud dorpje, laten we ons toch zeker niet zomaar terugsturen... Dikke pech voor hun dus ;-) We hadden verwacht dat ze wel enigszins geïrriteerd zouden zijn, maar ze kwamen naderhand nog gezellig een praatje maken om helder te krijgen wat wij toch in godsnaam leuk vonden aan Huángyáo... ze bleken, in tegenstelling tot ons, meer van grote steden te houden.

Wie aan China denkt, denkt natuurlijk aan mooie rijstterrassen. De dragon's backbone is een van de mooiste exemplaren; hier heeft de Yao stam twee bergen omgetoverd tot één en al rijstterras. En die wilden we wel eens zien! De reis er naar toe met alle overstappen verliep heel soepel, totdat de bus ineens niet verder reed en de parkwacht in het Chinees hele verhalen tegen ons vertelde... huh? Gelukkig zaten we met twee andere stelletjes, beiden met een Chinese wederhelft, in de bus, zodat uiteindelijk duidelijk werd dat we niet naar ons hotel in Dàzhài konden omdat er ruzie was tussen twee dorpjes of zoiets... geheel duidelijk werd het niemand van ons. Wij vinden stammenvolken altijd superaardig, maar ze maken blijkbaar ook wel eens ruzie... met elkaar weliswaar... dat dan weer wel. Maar de eigenaresse van ons hotel zat ook in de bus en volgens haar was het bij haar allemaal veilig (zouden wij ook gezegd hebben). Dus als we echt wilden mochten we, op eigen risico, wel naar het hotel. Na onze eerdere ervaringen met gevaarlijke stamvolken hebben we besloten gewoon te gaan, het moet natuurlijk wel een beetje avontuurlijk blijven ;-) En Dàzhài bleek een oase van rust; geen ruzie te zien of te horen. Alleen maar schitterende rijsterrassen. En geen toerist te bekennen behalve ons groepje van 6. Zo zien wij dat graag ;-) Na de tassen gedropt te hebben bij het hotel (helemaal boven in het dorpje...) zijn we gelijk naar de top geklommen (je zou toch denken dat we het leuk vinden) om de zonsondergang te bekijken. Maar de wolken werkten niet leuk mee en hebben niets gezien (de zon zal vast ondergegaan zijn).

De volgende dag wilden we van Dàzhài naar Píng'an lopen, een wandeltochtje van zo'n 4 uur zodat we beide bergen konden bewonderen. We waren al gewaarschuwd dat dat niet zou lukken door de ruzie, maar eigenwijs dat we zijn dachten we dat ze dat alleen maar zeiden om ons een gids aan te smeren. Dus wij met ons tweetjes op pad, maar er bleek een heuse blokkade opgezet te zijn; blijkbaar was er toch wel iets aan de hand. Door de groep die ons tegenhield werden we nog gewezen om een bord waarop vast stond wat het probleem was, maar dat was Chinees voor ons... Uiteindelijk hebben we maar de bus gepakt naar de andere berg; die misschien stiekem toch nog wel iets mooier was dan de 'onze', maar ook veel toeristischer... de Yao vrouwen hebben trouwens héél lang haar, wat ze kunstig rond hun hoofd draaien en op de voorkant in een megaknot vastbinden. Nou bleek wel dat ze ons wel een beetje voor het lapje hielden, want hun staart bleek uit drie stukken te bestaan. Als we het goed begrepen hebben, knippen ze het haar om de 8 jaar af en maken daar een soort haarstuk van, wat ze bij in hun echte haar draaien.
Om het missen van de zonsondergang te compenseren, hebben we geprobeerd de zonsopgang te kijken; maar de wolken werkten weer niet echt leuk mee (de zon zal vast wel opgekomen zijn).

In provincie Guìzhou bestaat 85% van de bevolking uit stamvolkeren. Zodat de hele provincie bezaaid is met kleine gezellig dorpjes. Na de Yao stam was het tijd voor de Dong mensen in Ma'an. Deze kenmerken zich door het bouwen van drumtowers en de 'wind & regen'-bruggen. Schitterende versierde overdekte bruggen. Waarom ze precies zo veel aandacht aan een brug besteedden, werd ons niet echt duidelijk, maar tegenwoordig lijken ze het meest op een verzamelplek voor de oude schattige mannetjes (geen idee waar de vrouwtjes waren), zodat die hun spelletjes niet in de wind en regen hoeven te spelen. De spelborden worden overigens gewoon in de bankjes gekerft.

Er waren verschillende dorpjes in de buurt en leek het ons leuk om lekker een dagje te fietsen door alweer een schitterend landschap. De fietsen waren nogal oud en en vervanging toe, de remmen deden het bijna niet, overal liepen de banden aan door de flinke slagen die er in zaten etc. Maar ach, de route die we bedacht hadden was alleen maar een uurtje 'vlak' en dan anderhalf uur steil de berg op. Dus dat moest lukken. Nadat we eindelijk de fietsen in de lichtste versnelling hadden gekregen, want het ging toch wel echt heel steil! (de Holterberg is er niets bij), en zo'n uur gefietst te hebben, brak de as van Rogiers fiets... Rogier en fietsen gaan gewoon echt niet samen... Bergop was dus geen optie meer en moesten we terug zonder het einddoel dorpje Gaoyou gezien te hebben. Bergafwaarts was nog wel toe doen en moesten we zelfs zo hard als mogelijk was remmen om niet uit de bocht te vliegen. Helaas hadden we niet genoeg vaart om helemaal 'thuis' te komen en was de terugweg iets minder relaxt.

Door het fietsfiasco hadden we nog steeds niet echt een Dong dorpje gezien (Rogier had er een onbevredigend gevoel aan over gehouden...) En in de bus richting big city Guìyáng besloten we op het laatste moment om wat eerder uit te stappen bij het Dong dorpje Zhàoxing. Een op en top Dong dorpje met maar liefst 5 drumtowers en meerdere 'wind & regen'-bruggen. Origineel zijn alle huizen van hout gemaakt, maar inmiddels is het dorpje redelijk gemoderniseerd. Gelukkig is alles wel in stijl behouden en worden er mooie houten nepgevels voor inmiddels ook stenen gebouwen neergezet. Verder wordt er nog veel op traditionele wijze gedaan en wordt bijvoorbeeld kleurstof nog ouderwets met een hamer in de stof geslagen!??

Ook zijn we naar Basha geweest, een Miao dorpje wat echt nog heel traditioneel is en waar zelfs veel kinderen (meestal zijn het alleen de ouderen) in traditionele kleding en haardracht lopen. De mannen hebben een knot boven op het hoofd en aan de zijkanten kaal en de vrouwen hebben een lange staart aan de zijkant. Helaas was het dorpje redelijk uitgestorven, omdat dat alle vrouwen op het land aan het werk waren en de mannen aan het jagen waren. We hebben bijna alleen kinderen en ouderen gezien. Zo zagen we een oud vrouwtje met twee zaken rijst op de schouders; ze kwam bijna de trap niet op. Rogier heeft maar even geholpen, omdat ze er echt wat sneu uitzag en ook uit nieuwsgierigheid naar hoe zwaar dat nou was. Nou, het was best heel zwaar... respect voor superoma! Ze nodigde ons uit bij haar thuis waar ze ons appeltjes, geschild met een ernorm hakbijl, aanbood. Leuk en gezellig, al begrepen we niets van alles wat ze zei, maar daar moest ze hartelijk om lachen! En zo zagen we ook eens de binnenkant van de traditionele huisjes. Net als in Shítouchéng bleken deze woonkamer, slaapkamer, keuken, schuur etc in één te zijn, hartstikke functioneel!

En daarna werd het toch tijd om naar grote stad Guìyáng te gaan, van waaruit we een dagtripje hebben gemaakt naar China's nummer 1 waterval. De grootste watervallengroep ter wereld (in een omstreek van 18km weliswaar en die pas in 1980 is ontdekt...?), en de enige waterval ter wereld die je vanaf zes kanten kan bekijken, met super schone lucht (gemeten door één of andere instantie), kortom 'de ideale plek voor een uitstapje, vakantie of reizen' volgens de enthousiaste bordjes die bij elke bezienswaardigheid te vinden zijn. Al deze eigenschappen zorgen er natuurlijk wel voor dat we meer dan € 20 pp aan toegang moesten betalen. Wat wij zelfs in Nederland toch wel aan de forse kant zouden vinden voor water dat van zichzelf al naar beneden valt... Dan lopen er uiteraard ook nog hordes overenthousiaste Chinezen rond die zonder pardon in je beeld gaan staan als je een foto wilt maken en je op je schouder tikken met de dringende mededeling dat je aan de kant moet gaan omdat zíj een foto willen maken, terwijl wij net 1 seconde stonden, na heel geduldig gewacht te hebben tot alle Chinezen 18 varianten van dezelfde foto geschoten hadden (3x grrrrr!!). Maar desalniettemin een erg mooie waterval! Leuk is ook dat er een grot achterlangs loopt, zodat je hem ook van de achterkant kunt zien (één van de zes kanten...). Voor de paar sputters die je daar vangt, liggen er legio regenjassen klaar en lopen de meeste mensen met paraplu's te zwaaien, wat in het smalle gangetje niet echt handig is.

Na alle grote steden en kleine dorpjes bleek de tijd te vliegen en was ons visum al weer bijna aan het aflopen. Aangezien we nog niet eens begonnen waren met de dingen die we volgens ons originele plan (voor we naar Hong Kong werden gestuurd) wilden doen, moest er natuurlijk verlenging worden aangevraagd. Dat duurt dan weer tig dagen, dus hadden we Chòngqíng uitgekozen, omdat vanuit daar leuke dagtripjes te maken waren.

Een van dagtripjes was op en neer naar het PSB, en het kostte ons rennen en vliegen om het op tijd in televeren. We waren in eerste instantie echt keurig op tijd, maar eenmaal bij de balie bleek dat je 1) speciale pasfoto's hebben, vergezeld van een certificaat (met streepjescode) dat verklaard dat ze van de goede afmetingen zijn etc, 2) een bewijs van je financiële status moet overleggen; per persoon $100 per dag (daar doen wij zo'n vijf dagen pp mee, haha...), 3) een bewijs van het hotel mét stempel dat je daar echt verblijft en met telefoonnr zodat ze kunnen checken (en dat doen ze ook écht!) en 4) kopieën van paspoort en visa, wat op zich niet erg is, maar voor je eenmaal een copyshop hebt gevonden... Gelukkig was het PSB mààr ruim een uur verderop bij ons hotel, zodat we al vijf uur kwijt waren met 2x heen en weer reizen. De verkeerspolitie is gelukkig wel erg behulpzaam. Toen we vroegen naar een fotozaak werden we zo in de politieauto gezet, reden we nog even langs een andere politiepost (die je hier overal hebt inclusief met rood/blauwe flikkerende lampjes) om iemand anders op te halen die de weg precies wist en werden we zo voor de fotozaak eruit gezet. Hartstikke handig! Dat kan hier dan allemaal wel weer gewoon, er lijkt overal een overvloed aan personeel. Net op tijd voor sluitingstijd alles ingeleverd, blijkt dat er midden-herfst festival is en we onze papieren pas na een week op kunnen halen...bummer! Waarom er precies een festival is weet de gemiddelde Chinees ook niet, want er zijn verschillende verhalen o.a. over elfjes die gevangen zitten en dan ontsnappen naar de maan... Volgens ons komt het neer op met de hele familie 'maancakejes' eten en naar de maan kijken (als het tenminste niet te bewolkt is). Mooncakes zijn overal te koop, er lijken zelfs speciale winkels voor te zijn. En ze varieren van heel groot tot schattig klein en van lekker tot ronduit smerig... in sommige zitten allemaal exotische producten verwerkt, zoals haaienvinnen. In ons jeugdhostel hadden ze een feestje gemaakt van het hele gebeuren; we gingen gezellig samen eten wat neerkwam op staand rond de tafel, waarop allerlei gerechten stonden (lekkere groenten, maar ook roergebakken varkensgezicht...), waarvan iedereen met z'n eetstokjes uit pakte. Na het eten gingen we zelf mooncakes maken. Gelukkig was de inhoud deze keer een bonenpasta en het eindresultaat nog best lekker. En daarna was het tijd voor KTV! Oftewel karaoke, en behalve de Chinezen (lees personeel van het hotel) en twee dronken Hollanders (nee, niet ons) ging er niemand los, haha.

Één van de dagtripjes was naar Láitan. Een oud dorpje inclusief stadsmuur en Boeddhistische sculpturen, uitgehakt in de bergwand, met als hoogtepunt een 14 meter hoge Boeddha. Erg mooi gemaakt en een mooi voorproefje op Dàzú, waar een nog grotere verzameling aan Boeddhistisch beeldhouwwerk te vinden is. Het was nogal een eindje rijden met de bus (3x) en tegen de tijd dat we er waren, was het lunchtijd. We hadden een simpele lunch besteld, van groenten en tomaat met ei met rijst uiteraard, bij een lief uitziend vrouwtje. Nou 'the devil has a friendly face' want we moesten maar liefst 100 yuan betalen!!! Terwijl we de dag er voor 18 yuan betaald hadden voor precies dezelfde gerechten. De 'heks' wilde wel zakken naar 80 yuan, mwhahaha. We lopen hier al iets langer rond en na wat gestechel wat op niets uitdraaide, hebben we 30 yuan neergegooid en zijn we maar gewoon weggelopen. Prijzen opschroeven zijn ze sowieso wel goed in in China (Azië). De Chinese overheid heeft een mooi punten systeem gemaakt voor zogenaamde 'scenic spots' en kent hier een waarde aan toe van A tot AAAAA. Bleek dat Dàzú benoemd was tot AAAAA, hartstikke mooi hoor, maar de prijs was ook gelijk met 50% opgeschroefd. Beetje jammer. Maar eerlijk is eerlijk, het was erg mooi en naast erg knap beeldhouwwerk, waren deze ook nog mooi beschilderd. Iets wat we nog niet vaak eerder gezien hadden.

Natuurlijk hebben we ook nog de beroemde hotpot van Chòngqíng geproefd. En die is héét! Zowel qua temperatuur als van de pepers. En hij werd steeds heter doordat de pot lekker stond te pruttelen op het vuurtje... pff wat zweten. Maar het was erg lekker! In Chòngqíng zijn we nog naar oude wijk Ciqikou geweest. Maar helaas was het meer kermis dan stadje. Alleen maar kraampjes met (ondefinieerbare) zoetigheid en dartpijltjes gooien op ballonnen etc. Wel kunnen ze daar hele mooie suikerspinnen maken, met allemaal kleurtjes mooie bloemen creeëren etc ;-) En na ook nog wat sightseeing in Chòngqíng zelf gedaan te hebben, was het tijd geworden om onze visum-verlenging op te halen. Althans dat dachten we... Na een hele diepe zucht (van de meneer die onze aanvraag in behandeling had genomen en toen ook al regelmatig diep zuchtte, en we weten nog steeds niet waarom) kregen we de mededeling dat het waarschijnlijk vanmiddag wel klaar zal zijn...
Wij dus weer een uur terug met de bus naar het hotel, waar we nu mooi wat tijd hebben om ons verhaaltje voor de weblog te schrijven :-) De volgende keer horen jullie wat het geworden is; nog 4 weken reizen door China of keihard rennen naar de grens om de boete van €50 pdpp zo klein mogelijk te houden...

Maar we hebben nog wat tijd over, dus nog maar even wat andere grappige en typische dingen.
Als je hier in Chòngqíng je parkeergeld niet betaald, laten ze gewoon je banden leeglopen... weer eens wat anders dan een wielklem! We gokken dat je aan het aantal lege banden kunt zien hoeveel dagen ze er al staan....
Grappig is ook dat je hier overal bordjes hebt met nummers van een klachtenlijn (behalve misschien bij parkeerplaatsen) bij stadsparken, grensposten, restaurants, bezienswaardigheden, de supermarkt etc.
Waar Chinezen ook heel goed in zijn is in verpakken. Alles wordt hier in megasterk plastic verpakt en als je die dan hebt opengekregen, dan zit de inhoud ook nog een keer in een plastic bakje en extra verpakt in handige meeneem-hoeveelheden. Ook wordt in veel restaurants je bord, kom, lepel etc in plastic verpakt, nadat het in sterilisatiekasten is ontsmet. Naar ons idee allemaal nogal overbodig.
Zo netjes als ze met het inpakken van je eetgerei omgaan, zo onhygiënisch zijn ze met de rest van het eten. Vlees, en dan ook écht álle onderdelen van héél veel beestjes, ligt in de supermarkten zonder verpakking in de schappen en iedereen graait daar vrolijk in rond. En alles wat ze niet lusten/te eten is, wordt gewoon op de tafel of op de grond gegooid en gespuugd. Veel restaurants hebben dan wel weer een plastic tafelkleed over het gewone tafelkleed liggen... en terecht, dat scheelt een hoop wassen. Sowieso wordt er heel veel afval gewoon op de grond gegooid, zelfs op plaatsen waar veel prullenbakken staan en zelfs in natuurparken... terwijl er daar juist heel veel borden staan dat je alles netjes in de prullenbak moet gooien... De prullenbakken zijn hier vaak wel mooi gestileerd, bv tot boomstronk in de natuurparken of leeuwtjes in de tempels, zodat ze mooi opgaan in de omgeving, dus misschien zien ze ze gewoon over het hoofd ;-) Wel werken hier heel veel straatvegers die alles weer opruimen, want eigenlijk is het overal best netjes, is natuurlijk ook wel een systeem.
Chinezen lijken ook niet door te hebben dat er mensen zijn die een andere taal dan Chinees spreken en dat je er echt geen klap van begrijpt, ook niet als ze harder (en daar zijn ze goed in) gaan praten. En ze hangen vrolijk en in volle overtuiging hele verhalen tegen je op... heel grappig! Ons Chinees is nog niet echt ver gevorderd en we zijn dan ook erg blij met ons vertaalboekje waarin we in het Chinees geschreven dingen kunnen aanwijzen. Plaatsnamen schrijven we meestal maar over (lees: tekenen we na) omdat onze uitspraak ons regelmatig naar de verkeerde plek zou hebben gebracht. En we proberen soms om de karakters een beetje te onthouden door er tekeningtjes in te zien, zo is aardappel een 'christelijk kopje koffie onder een afdakje' en is de plaats Basha 'pacman met een kroontje op + een mannetje dat achterna wordt gezeten door een draak'... We vermaken ons prima!!
Ook is Loekie de Leeuw hier heel bekend. Bij elk toeristenprullariakraampje roepen ze 'Loekie Loekie'!! Best knap dat ze gelijk kunnen zien dat we uit Nederland komen. Nee hoor grapje, ze hebben geen enkel benul wat Nederland is of waar het ligt en kijken ons vaak niet begrijpend aan... zo klein in Nederland toch ook weer niet?
Ook is de mode voor de man/vrouw van middelbare leeftijd schitterend. De vrouwen lopen voornamelijk in wat wij in Nederland als pyama zouden dragen. En de mannen lopen met warm weer heel schattig (?) met hun t-shirt boven hun 'bier'buik. Handig man, zo'n bierbuik om je t-shirt omhoog te houden... positief denken!
We hebben trouwens hier nog nooit zoveel oude mensen dubbel zien lopen, en ze lopen letterlijk dubbel! Heel zielig om te zien. We vonden het dragen van zware spullen met zo'n draagband over je hoofd toch wel apart in Nepal, maar blijkbaar is dat toch een stuk gezonder voor je rug! Al vragen we ons nu wel of de gemiddelde bejaarde Nepalees zijn nek nog wel kan bewegen.
Van Prince (nee niet de zanger) maar een jongen uit Ghana die we tegenkwamen bij de dragon's backbone en al drie jaar een studie medicijnen volgt in China, hoorden we dat de dokters het in China ook nogal zwaar hebben. Dokters krijgen hier niet heel veel betaald, maar hoe meer patiënten ze behandelen, hoe meer ze verdienen... dus de meeste dokters werken 6 a 6,5 dagen per week. Nu maken ze mede daardoor ook wel eens een foutje... gevolg is dat ze of gelynched worden door de familie van de patiënt, of zichzelf van een flatgebouw storten of van de aardbodem verdwijnen (de overheid trekt zich niet helemaal terug uit de zorg??). Ook vertelde hij dat de medicijnen vaak te duur zijn voor de patiënten en familie en dat ze daardoor regelmatig van het ziekenhuisdak springen.
Er zijn heel veel kleine winkeltje waar het zo rustig is dat we ons wel eens afvragen waar die mensen van rondkomen. Dat er weinig te doen is, blijkt ook uit dat ze gezellig met de hele straat spelletjes zitten te spelen voor één van de winkeltjes. En doordat de winkeleigenaar vaak nog bezig is met een tweede baantje, terwijl hij wacht op klanten. Zo zien we in kleine supermarkt-achtige winkeltjes vaak vrouwtjes achter de naaimachine zitten of borduren.
De pinautomaten zijn hier meestal niet meer bewaakt, zoals in India etc vaak was. Maar zodra er geldtransport komt, dan gaan ze los hoor. De auto rijdt met een rotgang pal voor de ingang en dan springen er 6 zware jongens uit. Met kogelvrij vest en echt een mega geweer. Je zou bijna denken dat het een overval is, alleen de skimaskers ontbreken nog ;-)
De wegen zijn hier een stuk beter dan elders waar we geweest zijn en ze hebben zelfs snelwegen. Al is het vaak echt bizar rustig (mam, op deze snelle weg durf jij zelfs te rijden!). Wel haalt de gigantische hoeveelheid aan tolpoortjes de snelheid er wat uit. Die tolpoortjes zijn wel goed voor de werkgelegenheid zullen we maar zeggen...

En nu gaan we naar het PSB...

P.S. Wie 'ze' zijn weten we niet maar 'ze' pesten ons...soms... ;-)


Reacties

Reacties

mama

hai kids
zaterdagmorgen en in plaats van de krant heb ik jullie verhaal gelezen. Grandioos en ik moet toegeven dat ''TUBANTIA'' me minder boeit. Maar...........was het nu ECHT nodig om de HELE WERELD te laten weten dat ik niet de snelweg op durf ??!!!! Bovendien.....misschien houd ik zoals Rogier meer van ''fietsen''. Liefs van ons en blijf genieten !!! XX

wiebe

Hallo daar! wat een machtig verhaal wederom, fijn om een update te hebben! en dat hotpotje wil ik nog wel eens eten... ik ga maar eens een 'aardappel' doen, tis hier nat en herfstig, oja en hier zijn ze bezig met een rechts kabinet.
veel plezier daar! groetjes wiebe & remco

Bastiaan

He Luitjes!
Wat een relaxed verhaal weer :-)
toch niet nieuwsgierig naar een broodje hond ;-)
@Rodger: WTF doe jij nou steeds met de fietsen man, hahaha!
Coole picas ook weer, erg mooi daar wederom
komen jullie ook wel eens andere back packers tegen? Trekken jullievdaar wel eens mee op?
Zeker weinig kaaskoppen daar?
Have Fun! And enjoy!
Grtz + Huggs
Bassie

Betsie

Hoi samen.
Weer een stuk met jullie meegelift...
Wat een verhalen en wat is het er mooi. Komen jullie toch wel ooit terug??? Hoorde van mama dat de reis wer verlengd is!! Ik ben al blij als Maik met gezin na 8dagen Fuertaventura weer veilig thuis is..
Hiet alles in teken van al dan niet eindelijk een kabinet..Dinsdag duidelijk of het CDA instemt.

gr Betsie

Janje en Gerrit Koetsier

Nou Elske en Rogier bedankt voor jullie nieuws wat
je mee hebt gemaakt wij vonden het heel spannend
verder heel veel plezier en de groetjes van
Tante Jansje en Oom Gerrit

Jessie en Martijn

echt mooie foto's alweer ,vroeger had ik ook enkele steden gezocht ! Martijn heeft mij gevraagd dat waarom wij in china nooit zo mooie steden gezocht hebben ? HA HA ,dat is waar ,toen hij in china was ,bezochten wij meestal de groste steden ,zoals ShangHai en Peking ,maar hij is toch wel een natuurliefhebber ,vogende keer zullen we meer natuur kijken ,ik heb jouw kaartje gekregen ,echt mooi ,ik vond het superleuk dat ik iets van china heb gekregen ! hartelijk bedankt !!!!
groetjes van ons !!

Bram

Wauw, wat een verhaal weer..! Mooie foto's ook! Have fun nog!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!