aziegek.reismee.nl

Honduras

Jullie hebben toch wel door dat al onze belevenissen op onze nieuwe site te vinden zijn...? AZIEGEK is waar je moet zijn!

Voor lekkere lange verhalen om eens goed voor te gaan zitten met een kop koffie of glas wijn erbij. Of soms zo lang dat je er wel 3 keer van kunt lezen

Laughing
 Om even mee te reizen of weg te dromen...

Voor lekker veel foto's van al het moois en grappigs dat we zien...

En voor een beeld van onze route op de landkaart. Mooi om je topografische kennis wat bij te schaven.

Zeg nou zelf, die nieuwe site ziet er toch veel leuker ui?!!!. Kom op! Schrijf je in op onze nieuwe site (rechts onderop de pagina), zodat je automatisch bericht krijgt van elke nieuwe post. En wij niet alles hier nog een keer hoeven te herhalen ... ;-)

Honduras is ons laatste verhaal. Binnenkort onze belevenissen over El Salvador. Tot gauw!

Adios!

Guatemala en Belize

Check www.aziegek.nl voor onze verhalen van

Guatemala + foto's 

en 

Belize + foto's

En schrijf je in om automatisch op de hoogte te worden gehouden! We zien jullie graag daar!

Una noche mas...! Lees het op onze nieuwe site!

Heb je je nog niet ingeschreven op onze nieuwe site??! Jammer hoor! Want dan mis je dit:

una noche mas

Schrijf je snel in onder 'VOLG ONS' op aziegek.nl !

En lees, kijk en réageer op onze nieuwe site! 

Liefs!

Tipi'sche Piramides... lees meer op onze NIEUWE WEBSITE!

Inmiddels zijn we al weer ruim 2 maanden in Mexico. En hebben daar de meest tipi'sche piramides gezien!

Nieuwsgierig? Lees en kijk dan snel verder op onze nieuwe website: aziegek.nl

We vinden het leuk als jullie ons ook op de nieuwe website blijven volgen. Schrijf je in onder 'volg ons!' op de nieuwe website om automatisch een berichtje te krijgen bij nieuwe verhalen en heel veel foto's.

Tot op AZIEGEK.NL !

Nieuw continent... nieuwe blog!

JA! Onze nieuwe site is af! 

www.aziegek.nl

Benieuwd naar ons avontuur in Cuba? Klik dan snel op www.aziegek.nl

Wil je weer automatisch een berichtje ontvangen als we een nieuw verhaal of foto's hebben geplaatst? Schrijf je dan in op onze nieuwe site via de knop 'VOLG ONS'. Je vindt deze rechts onderaan elke pagina.

We hopen dat jullie met ons mee blijven reizen!

Groet,
de wat ver van huis zijnde Aziëgekken!

Hello my friend! How are you today?

Yep, we are back... Een stroom aan herinneringen van hoe het ook al weer was komt direct terug bij het zien van de Indiase officials op het vliegveld en wordt nog versterkt als we met een Indiase toerist een taxi richting de stad delen. Hij vertelt dat hij ook maar in het Engels reist, omdat hij de verschillende dialecten/talen vaak niet verstaat... En dat hij zo moest wennen aan dat in andere landen iedereen zo op zichzelf is en bijna nooit een praatje met een vreemdeling begint. Dat is in India wel anders, ja! De wat onverschillige norse gezichten en tegelijkertijd de gulle lach, het typische schudden van hun hoofd (jullie kennen wel die hondjes die wel eens op de hoedenplank in een auto staan en waarvan het hoofd zo raar heen en weer waggelt? Nou zoiets...) en het altijd contact maken. 'Hello my friend! How are you today?’ ‘Come have a look in my shop. yes’ ‘You are my first customer. Buy something, anything, is good for karma.’ ‘I give you a special price...’ ‘You want riksjaw? I have ferrari! Free airconditioning...’ Zijn slecht enkele zinnetjes. De meest komische vinden we 'nice hairstyle... Both same. You look like David Beckham...' Blijkbaar vinden ze het maar bijzonder dat een meisje geen lang haar in een vlecht heeft ;-)

Bij binnenkomst in het hotel is het ook weer zo’n ‘oh ja, zo was India momentje’. We hadden op internet een kamer geboekt omdat we laat aankwamen. En op de plaatjes zag het er best goed uit. Eenmaal binnen was het zo’n typische Indiase kamer met twee eenpersoonsbedden tegen elkaar aan en alleen opgemaakt met een hoeslaken. Het is wel warm natuurlijk, maar een laken om onder te slapen zou toch fijn zijn. De muren zien er doorleefd uit en de badkamer had erger gekund, dat weten we ook, maar is ook niet echt (lees: echt niet) schoon te noemen. De bekende ‘bucket douche’ is aangevuld met een echte douche, maar dat is maar een zielig straaltje. Dus eigenlijk doucht de emmer met schepje beter! En er is natuurlijk alleen ‘koud’ water. Mooi opgevouwen badjassen met als finishing touch een origami kraanvogel behoren tot de verleden tijd. Net als wc papier, handdoeken, zeepjes en meer van die toiletartikel die in Japan standaard aanwezig waren. Die moet je hier toch echt zelf bij hebben en het is erg fijn dat we nog een rol wc papier in de tas hadden!

We worden wakker van exotisch klinkende vogels en hebben echt het idee midden in de natuur te zijn. Ze kennen hier zelfs geen fohn, want de jongen van ons hotel vroeg Rogier wat hij toch voor elektrisch apparaat hoorde in onze kamer :D Na een langzame start lunchen we bij de buren. Een wat duurder restaurant, maar omdat we vieren dat we weer in India zijn doen we lekker gek en kiezen we eens niet het goedkoopste ;-) We nemen allebei een thali. Een grote schaal, een soort dienblad zeg maar, met daarop kleine schaaltjes met onder andere rijst, dal, kipcurry, een raita (yoghurtachtige curry), padadum en roti. En als toetje een mango lassie, zo lekker! En toen we de rekening kregen, voelde het bijna als gratis in vergelijking met Japan. Voor een backpacker een stuk aangenamer leven zo ;-) Met volle buikjes wandelen we maar eens door Fort Kochi, waar ooit de Nederlanders de kapers voor de kust waren en Portugezen wegjoegen. Een bezoekje aan de Nederlandse begraafplaats eindigt al voor het gesloten hek, dus wandelen we maar wat verder naar het strand waar ooit het Fort van Kochi stond. Nu is het vooral een plek waar de locals hangen. Terug op straat lopen we tussen de geitjes één van de vele rickshaw (tuktuk) meneertjes tegen het lijf. ‘Oh ja, dat was hier ook...’ Of we hem een kleine gunst willen doen en een bezoekje willen brengen aan een winkeltje met Indiase antiek etc. We hoeven niets te kopen, maar als hij ons daar naar toe brengt, krijgt hij een liter benzine voor zijn rickshaw. ‘Good for karma!’ nou vooruit dan maar! Ze hadden best mooie spullen, maar hoe gevaarlijk ook voor slecht karma, zijn we met lege handen weer vertrokken. Toen de rickshaw meneer ons naar nog een winkel wilden brengen, hebben we maar vriendelijk bedankt ;-) Op het strand waren nog de grote visnetten te zien. Chinese visnetten, die eruit zien als grote spinnenpoten en ons doen denken aan het computerspelletje Limbo. Gelukkig kun je hier, zonder gevaar om gespietst te worden, onder staan. Ze worden bijna niet meer gebruikt, maar zien er wel leuk uit. En hoewel de zee hier niet heel mooi blauw is, door het warme weer ziet de zee er toch minder monsterlijk uit en krijgen we zin in een paar daagjes strandvakantie. Onze zelf beloofde vakantie ;-)

Kochi blijkt nogal toeristisch te zijn, met overal toeristen restaurants en winkeltjes. Handig om weer eens nieuwe leesboeken te regelen, maar verder worden wij daar niet echt blij van. Het merendeel op straat lijkt blanke toerist, van die wazige Fransen die vragen of we Engels spreken, maar direct daarna een heel verhaal in het Frans ophangen... Eh, we spreken Engels ja... En het echte India ‘lekker-druk-en-total-chaos’ gevoel is er nog niet. We besluiten daarom om maar wat cultuur op te snuiven en gaan de demonstratie van Kalaripayat, de Kerala vechtsport, bekijken. De demo is lekker acrobatisch en Kalaripayat blijkt erg compleet. Er is zelfs een zweepzwaard die je handig als broekriem kunt gebruiken. Wel wat onhandig natuurlijk als tijdens je gevecht dan je broek af zakt. Een uitnodiging om het podium op te komen voor een meer hands-on ervaring laten we niet liggen en de jongens vragen ons enthousiast of we niet een keertje willen meetrainen. En zo stonden we de volgende avond op het dakterras en kregen we een lesje Kalaripayat. Flink zweten, maar lekker om weer eens explosief en fysiek bezig te zijn. Als we aan het eind nog een fotootje willen schieten, blijkt dat nogal een opgave. Een simpele vechthouding zit er niet in en er moeten allerlei ingewikkelde scenes worden uitgebeeld. Ook willen ze nog even aan ons haar voelen, of we er gel of iets in doen en of je dat in India kan kopen. Grappig man. Ook gaan we nog kijken naar de typische theatervorm van Kerala, Kathakali. We hadden er een dansvoorstelling bij in gedachten en verwachtten, heel naïef, vrouwen in mooie sari's. Niets is minder waar. Het bleken weer de mannen te zijn die zich in flink de schmink laten zetten. En niet zomaar, nee, ware kunstwerkjes! Leuke was dat we ze de make-up gewoon op het podium opdeden, zodat je dat mooi kon bekijken, ruim een uur lang. Als finishing touch worden nog ‘stempels’ van zand op de vloer gezet en krijgen de Ganesh en Shiva beeldjes nog verse oranje bloempjes en na een demonstratie van oogspierballen (maak je eigen voorstelling ;-) begon de echte voorstelling. Een wat bijzonder verhaal over een man (groene monster clown) die zich opdringt aan een vrouw (man) en haar slaat als ze tegenstribbelt. Een verteller vertelt al zingend het verhaal en de toneelspeler maakt wat lachwekkende bijzondere geluidjes. En samen met de gebaren dat hij lekker in haar borsten knijpt, ziet het er allemaal wat bijzonder uit. De vrouw gaat huilend naar een andere man, die haar zegt niet langer te huilen omdat hij wel zal afrekenen met de groene-monster-clown-man... Tja, lastig uit te leggen en dit is er zo één in de categorie van ‘had je echt bij moeten zijn!’. In tekst is het allemaal niet zo lang, maar het verhaal wordt door middel van een speciale gebarentaal verteld en zo is het zo een uur later... Misschien niet zo gek dat dit niet de de universele gebarentaal is geworden.

Vanuit Fort Kochi is het een klein stukje lopen naar de ferry voor de oversteek naar het ‘vaste land’, maar meer dan lang genoeg om lekker te zweten met die backpack op. Ja, het is echt zomer! De ferry is zo goedkoop dat Rogier niet begrijpt hoeveel, of beter gezegd hoe weinig, hij toch moet betalen. Het blijkt 8 roepie voor ons tweetjes te zijn. Praktisch gratis en moeten we duidelijk nog even wennen aan de prijzen, maar dit keer met een grote glimlach. Daarna nog een ritje in de typische bussen hier. Lekker robuust en oud en zonder ramen, heerlijk! Als we Alleppey aankomen, krijgen we onze eerste keer ‘nee’ bij de hotels. Ze zitten vol... Maar iemand weet wel weer iemand en zo hebben wel vrij snel lekker kamertje met balkon. Een prima plek om ons Japan verhaaltje eens af te maken. Maar ja, het Indiase internet hè... Dus dat kostte ons uiteindelijk twee avonden met flink wat zweetdruppeltjes en duimendraaien ;-)

In Alleppey hebben we een tour gedaan door de ‘backwaters’, de smalle kanaaltjes. Het was hier erg mooi. Lekker groen met overal palmbomen en enorm veel rijstvelden en zelfs het water is knal groen?! Grappig is dat die rijstvelden 6 meter onder zee-niveau liggen en worden beschermd door een soort dijkje. Van wie zouden ze dat hebben afgekeken ;-) Je hebt hier heel veel zogeheten ‘houseboats’ die inderdaad zo groot als een huis zijn. Ze waren best aardig om te zien, maar het waren er zo gruwelijk veel.... En dan was het nu nog niet eens hoogseizoen. Dan schijnt het er zo ongeveer uit te zien als de grachten van Amsterdam op Koningsdag... Wij hebben gekozen voor de minder luxe, met zonder overnachting op het water, maar wel veel rustiger en schattigere kano-boot. Gelukkig wel overdekt, anders waren we levend verbrand. En zo worden we heerlijk rustig door de smalle kanaaltjes geroeid. Het lijkt erop dat zondag wasdag is, want overal staan vrouwen met hun enkels in het water de was te doen. Op zijn Indiaas natuurlijk. En dat betekent dat je kleding heel hard inzeept zodat het heel hard schuimt. Dit gebeurt met hele speciale zeep waardoor de kleding als een kwaadaardige levensvorm tot leven komt. En die moet dan met een mooie slinger beweging keihard doodgeslagen worden op een steen. Is ie dood, dan hoeft ie alleen nog maar even grondig uitgespoeld te worden en... Klaar! En als je denkt dat al die zeep in het water nou niet echt best voor het milieu is, dan blijkt dat volgens de Indiërs goed voor de vissen te zijn. Of ze daarmee bedoelen dat je vis niet meer hoeft te wassen als hij gevangen is, is nog steeds onduidelijk... Naast de was gebeurt er van alles rondom de kanaaltjes; er zitten mensen het avondeten bij elkaar te vissen, kinderen spelen in het water, vrouwen maken vissen schoon en gooien het afval in het water en iets verderop is iemand zichzelf aan het wassen, ja, in datzelfde water. Het valt op dat de Indiërs inmiddels ook toeristje spelen. En zij huren dus die grote ‘houseboats’ en vieren daar flink feest. Een soort Indiase houseparty op de houseboat! Er wordt gezongen, gelachen en gedanst. En waarschijnlijk ook gedronken. En natuurlijk heel hard gezwaaid! Wij waren net zo goed de toeristische attractie als dat de locals dat voor ons waren en zijn we de nodige keren op de foto gezet. Naast de kanaaltjes lopen smalle paadjes waar de kids op rennen en spelen en brommers en rickshaws best hard voorbij hobbelen. Overal waar het maar over heen te hangen valt, hangt kleurrijke was te drogen. Verder zien we nog een paar mooie vogels, zoals de mooi blauw/rode King Fisher en een gele waarvan we de naam niet kennen. En is er een grappig paars bloempje dat Afrikaans mos schijnt te zijn. Een groepje oudere dames, mooi gekleed in hun kleurrijke sari's staat te wachten bij de brug en roepen iets naar onze gids en ze lachen hard. Hij vertelt ons dat ze niet over de brug durven en wachten tot we weg zijn, omdat ze bang zijn voor onze witte neusjes in het water te vallen. En dat terwijl ze hun hele leven al over die bruggen lopen... Een heerlijk zomers dagje met ook nog eten bij onze gids en zijn vrouw, een heerlijke traditionele maaltijd van idly (kokosrijst in de vorm van een poffertje :-) die we konden dopen in de vis curry. Jummie!   

De volgende dag pakken we weer een boot en combineren we het noodzakelijke met het aangename. In plaats van een bus hebben we zo een heuse cruise door nog meer ‘backwaters’ van het mooie Kerala. Het bovendek zit al gauw vol met alle blanke toeristen, terwijl de Indiër kiest voor het koelere benedendek. Met wat verse pakora en andere lekkere snackjes zijn we klaar om te gaan. Dezelfde mooie omgeving als de dag ervoor deint aan ons voorbij. Langzaam neemt het aantal houseboats af en het aantal vissersbootjes toe. Kleine, bijna kano achtige bootjes en wat grotere die mooi beschilderd zijn en allemaal een oog voor op de boeg hebben. Het valt op hoeveel christelijke kerken hier staan. We varen langs mega kleine dorpjes, als je het al een dorpje kan noemen, het zijn meer her en der verdwaalde huisjes, en dan tussen het groen van de mooie grote palmen, bam, weer zo’n loei van een witte kerk. De lunchbreak wordt verzorgt bij een restaurant dat weet dat we geen keus hebben. We krijgen zodra we gaan zitten ieders een vel papier dat op een bananenblad moet lijken als bord en even later komt er iemand met een emmertje met curry en rijst en een papadum langs. Eet smakelijk! Eten doe je alleen met je rechterhand en prak je met al je vingers al je sausjes en curry’s door je rijst heen, dat prak je tot een soort balletje in elkaar en dat schuif je dan met je duim je mond. Ja, zeker weten dat de wereldkampioen prakken uit India komt. Deze lunch kost maar liefst 2x zoveel als de dag er voor (die dan nog steeds maar € 1,30 kost) en toen kregen we wel een echt banenblad. Terug op de boot blijken we niet de enige die honger hadden. We hadden onze stoelen namelijk geprobeerd veilig te stellen door ze bezet te houden met onze snackjes. Geen haan die daar naar kraait, dachten we. Nou daar dachten de kraaien anders over... En hebben al onze lekkere pakora en gebakken banaan opgegeten! Grrr....! Niets geleerd van de dure lunch, nemen we bij de thee break ook gewoon een theetje. Niet dubbel dit keer, maar wel drie keer zo duur als het eigenlijk kost. Als we in Kollam van de boot stappen hebben we het idee echt in India te zijn. Het is drukker en chaotischer op straat en er wordt nog meer getoeterd en ons hotel is er echt zo één uit de klasse ‘Dubieus’ en zijn we blij met onze eigen reis-lakens! Maar ach, tis maar voor één nachtje. Eenmaal betaald, kijken we elkaar aan... What the fuck is dit voor lawaai??!! Echt meer dan keiharde Indiase muziek komt ergens vandaan geschald. Na een eerste frons moeten we nog even lachen en maken een gek dansje, maar als het aanhoudt gaan we toch maar even kijken om te zien of dat de hele avond en nacht zo gaat blijven.. We zien op straat een soort optocht met versierde wagens, nee geen carnaval, en dus die keiharde muziek. De laatste wagen is wel mooi gemaakt. Een grote Ganesh waarvan het hoofd en de slurf konden bewegen. Een man van een winkeltje vertelt ons dat er een festival bij de tempels is en dat er zo ook nog een olifant door de straten komt paraderen. En ja hoor, na mensen met trommels en schattige kleine kindjes die helemaal opgedoft waren met make-up, bloemen in hun haar en de meest mooie (lees: lekker Indiase) jurkjes, kwam daar een flinke olifant langs paraderen met nog twee kleinere. Goede timing dit keer, meestal missen we dit soort feestjes!

Maar festivals hebben ook een nadeel. Iedereen is feest aan het vieren en er is dus niemand die op winkel past... De straten klonken al rustig vanaf onze hotelkamer, maar dat echt alles dicht zou zitten, was bij ons niet opgekomen. Er is nergens een ontbijt te scoren, dus gaan we maar direct richting vismarkt, de reden van onze stop in Kollam. Onderweg komen we nog één tentje tegen waar we gelukkig dosa met omelet en een chai kunnen halen, een top ontbijtje. Op het strand aangekomen is er geen hond, eh vis, te bekennen en blijkt de vismarkt zo’n 5 kilometer verderop te zijn. Dan maar gewoon een stukje wandelen, dit is immers geen strand om in zwemkleding te laan liggen bakken. Dat doen ze hier in India niet en als je je daar aan waagt, zou dat nieuws als een lopend vuurtje gaan en zelfs het festival bij de tempel leeg lopen om naar ons te komen kijken waarschijnlijk... Dus ons niet gezien. Wat we wel zien, zijn locals die hier wandelen en wat rondhangen. Maar waar we echt van opkeken, was die local man die we gehurkt op het strand zagen zitten. Elske zag hem opstaan en hem zijn blote billen weer bedekken met zijn ‘longi’ en grapt: ‘die heeft daar net zitten poepen, joh!’ En dat bleek een waarheid als een koe, om maar even met het heilig beestje te spreken. Een flinke drol lag daar dus ineens op het strand. En daar nog één, en daar nog één, en die daar was al van een paar dagen geleden.... Nee, zeker geen strand om te liggen bakken dus!! Maar de voetjes in het zand en de zee voelt wel erg goed en we besluiten de vismarkt en het strand van Kollam te laten voor wat ze zijn en snel onze spullen te pakken richting Varkala. Voor onze strandstop en een beetje vakantie :D

Het strand van Varkala is één groot toeristencircus. Overal luxe restaurantjes, waarvan de helft Tibetaans?!!, die allemaal zo ongeveer hetzelfde verkopen. De tentjes waar wij het liefst eten, die waar je niet met je handen mag eten, maar met je handen moet eten, zijn hier niet meer te vinden. Overal winkeltjes met die typische Indiase toeristenkleding, tassen, sjaals etc. en laat Elske zich al direct een lekker oranje shirtje aansmeren. We moeten dat Holland gevoel toch een beetje hoog houden ;-) ‘Come to my shop?!’ ‘I have only nice things.’ ‘I’ll give you special price.’ We horen niets anders dan de mensen die in de warme zon, schuilend in de schaduw, mensen naar hun winkeltje proberen te praten. Maar één shirtje is wel even genoeg. Het is druk, maar voor ons nog net te handelen en besluiten hier een kleine twee weken te blijven, vakantie...! Rogier kan het zich nu, na twee nachtjes hier slapen, nog steeds niet voorstellen ;-) Voordeel van die toeristenbende is wel dat er elke avond verse visjes kunnen worden gekocht die worden klaargemaakt in de tandoor en als er dan toch Tibetanen zijn, lusten we ook nog wel een keer momo’s! Lekker smullen! Al hebben we het idee dat we niet blind moeten vertrouwen op ‘vers’. Er is een restaurantje dat op de eerste avond haai in de open lucht vitrine, (lees: rand van een muurtje) had liggen, en diezelfde haai lag er de volgende avond ook. Dat de zon het hier goed doet, blijkt als we op onze eerste stranddag na amper drie uurtjes en nogal rood het strand verlaten voor lunch en dus niet meer terugkomen... De zon heeft helaas ook ons zitje voor ons hutje gevonden en moeten we dus verstoppertje spelen en ons binnen schuilhouden. Beetje jammer! Het is zo warm dat we de douche, die alleen maar standje koud water kent, toch nog te warm vinden en het liefst kouder zouden willen zetten. Niet dat we klagen hoor, we zijn zeker erg blij met de zomer en het tot laat ‘s avonds buiten kunnen zijn, behalve dan dat je wordt opgegeten door de muggen. Na vier nachtjes zijn we het toeristencircus en ons goedkopere hutje, inclusief extra gratis extra grote spin (zelfs Rogier was wat zenuwachtig aan het lachen bij zijn ‘ik-red-mijn-lief-en-vang-die-spin’ actie toen bleek dat een door gesneden 2 liter fles eigenlijk niet groot genoeg was om hem op een Boeddhistische manier vangen. Wat sowieso geen succes was, want hij was ook nog eens t****g snel!!! Rogier vs Extra grote spin 0-1), extra grote kakkerlak (Rogier vs extra grote kakkerlak 1-0) en extra veel kwetterende vogels op het golfplaten dak nog voor zonsopgang, een beetje ontvlucht. We verhuisden naar een luxere kamer aan een relaxte tuin die hoog op de klif boven de zee uittorent, met mooie palmbomen en andere bomen met mooie roze en witte bloemen, met een eigen zitje en hangmat en schommelstoel en elke ochtend ontbijt met uitzicht op de zee. Het was niet helemaal duidelijk of we één of meerdere gerechten van de ontbijtkaart mochten bestellen, maar blijkbaar mag je alles bestellen. En tja, ontbijt is de belangrijkste maaltijd van de dag, toch?! Dus we nemen het er goed van. Koffie met toast en een grote masala omelet, verse fruitsapjes en bananen lassies en nog een flinke fruitsalade als toetje. Het leven is zo slecht nog niet en vergeten we even dat onze huid pijn doet van het verbranden ;-) Auw auw, wat is die zon hier heet!

De rest van de dagen huren we maar een parasolletje, en zelfs dan moeten we oppassen dat we niet verbranden. De Indiase Nivea is niet van hetzelfde niveau als in Nederland... Met opgetrokken knietjes, zo groot zijn de parasolletjes namelijk niet, en ieder half uur onze handdoeken opschuivend om de schaduw maximaal te benutten, genieten we van het uitzicht en lezen relaxt een boekje. Als we even niet opletten, wordt de schaarse schaduw ingepikt door één van de vele strandhonden, die dan hijgend pal naast ons komen liggen. De zee raast luid en heeft een onwijs sterke stroming en de golven zijn loeihoog. Best leuk spelen dus! :D ‘Oh dáár zijn de golven hoog, kom!, nog iets verder...’ Als we voorbij het breekpunt van de golven zijn, vraagt Rogier aan Elske of ze nog wel terug kan zwemmen... En het is bizar te merken hoe sterk de zee je, in plaats van zojuist nog naar de zijkant en strandopwaarts te spoelen, je nu eigenlijk verder de zee in trekt... ‘Ehh, ik weet het niet...’ en herinneringen aan een geel bootje komen even boven drijven. We zijn toen maar snel terug gegaan naar waar we nog soort van controle hadden. Anders is het hopen op een lieve dolfijn die je terug brengt, want die zwemmen hier ook zo maar eens even langs! Maar man zeg, wat zijn de golven hoog! Starend naar de zee, wachtend op weer zo’n hoge golf, en ze kwamen snel achter elkaar kunnen we zeggen, zien we de golf zich steeds verder opbouwen en groter worden dan onszelf en dan, nog snel een laatste grote hap adem, worden we weer een stuk, Elske een stukje verder, meegesleurd door dat krachtige water. De golven waren zo hoog dat je af en toe zo’n kleine angstkriebel voelde in je buik en je er niet aan moet denken om ooit een tsunami mee te maken. Eigenlijk spelen de golven meer met ons, dan andersom. We worden onderwater gesleurd, rondgetold, soms zelfs tegen de grond gesmakt en onze zwemkleding wordt letterlijk van het lijf gerukt. En als je dan bijna boven bent, snel je zwembroek weer omhoog gehesen hebt om nog soort van toonbaar weer boven het water uit te komen, het zoute water uit je ogen en neus hebt, ja, dan is daar de volgende golf om je weer op te pakken en door het water te sleuren... Rogier kan de golven beter de baas dan Elske en duikt er nog wel eens lekker doorheen, onderdoor of peddelt op de rug van de golf richting strand. Maar wow, wat een golven.

Overdag als de zon op haar felst is, is het strand van de blanke toerist, maar als de zon wat lager staat, dan komen de Indiërs en nemen langzaam het stand over. Overdag hangen er al wel wat jongens rond, een beetje loeren... Nou ja, een beetje... Staren, foto’s, filmpjes, staren, nog meer staren... Soms met z’n 4tjes op een rij... en dat ongegeneerd he... op 1 meter afstand... Zoals alleen de Indiërs dat kunnen. Niet zo heel erg dus dat we een T-shirtje tegen de zon moeten dragen. Maar laat in de middag wordt het dus echt druk. Dan komen er ook wel veel meisjes, oudere mensen en gezinnen, maar vooral jongens en mannen. En dan begint de waterpret! De lady’s in hun mooie sari’s en ook de jongens in hun vaak lange spijkerbroek gaan te water. Het bijna zielig dat de Indiase baywatch al een heel fluitconcert geeft om ze weer het water uit te zwaaien, wanneer ze dieper dan kniediep het water in gaan. De meeste Indiërs doen dit dan ook braaf want die weten ook: you don’t hassle with the Hoff. Blanke kleine kids mogen daarentegen wel veel verder de zee in... Geen strand is zoals in India (of eigenlijk is er niets zoals in India, maar oke) en waarschijnlijk het enige strand waar naast de voor Indiase begrippen veel te schaars geklede (‘only two cloths!!!?!?!?!!’ zou het Indiase jochie van onze eerste reis zeggen) en zon aanbiddende toerist, de lokale bevolking offers brengt aan hun overleden dierbaren... Ehh juist... Heel typerend zijn er op het strand een aantal soort van verhogingen gemaakt, die ons deden denken aan graven. Dit bleken de ‘winkeltjes’ te zijn waar mensen bloemenkransen of iets dergelijks kunnen kopen om te offeren aan de overledenen. Eerst wordt er dan een heel ritueeltje gehouden door een priester, in (vaak grote) blote buik en met alleen een witte longi. Ook de mensen die komen offeren, meestal mannen, hebben alleen een witte longi aan. Vrouwen dragen de witte doek om hun sari heen. En na een uitgebreid ritueel lopen de mensen, onder begeleiding van de priester, met een bananenblad vol bloempjes en een kaarsje op hun hoofd naar de zee. Tot hun kuiten lopen ze het water in, draaien zich om met de rug naar de zee toe en kieperen dan het bloemenoffer, vrij quasi nonchalant/ ongeïnteresseerd, de zee in. En dat herhaalt zich nogal een aantal keren op een dag. Wat we weten, omdat onze vaste restaurantje prima uitzicht had op dit tafereeltje. Waar we om de dag zo ongeveer eens proefden hoe de verse barracuda, butterfish, krab, red snapper, bonito, squid, octopus of mahi mahi het deze keer op ons bord deed :-) nom nom nom....

Zo worden de dagen langzaam weken, al lijken het voor ons dagen te blijven en blijken 16 dagen zelfs kort... Maar goed, het is tijd om langzaam richting de oostkust te gaan en onderweg nog wat tempels mee te pakken. Het zuiden van India is best relaxt en bijna geen India als je het noorden kent. Of komt het omdat we inmiddels wat gewend zijn en we als we aan Amsterdam denken een klein dorpje voor de geest halen? De rickshaws lijken hier trouwens wel wat agressiever... Aan het voorwiel is soms een soort van drietand bevestigd!!?! Maar na een laatste ontbijtje wagen we ons toch maar weer op straat en laten we ons naar het treinstation brengen. Daar komt onze trein net aangereden en moeten we na die chille relaxte dagen gelijk al weer rennen. Maar onderweg dus weer, en hoewel het jammer was dat we bij het strand weggingen, eenmaal in de rickshaw voelde het onderweg zijn ook al weer goed. Zo raar hoe dat werkt?!

In Trivandrum moeten we overstappen. Maar voor we dat kunnen doen, moeten we eerst 4 uurtjes wachten. Even lunchen dan maar en vinden een tentje waar ze naast ons bedienen ons ook graag zien eten, letterlijk bedoeld. En vanaf de trap en een andere tafel worden we nauwlettend in de gaten gehouden. Al snel staat de man van het restaurant bij onze tafel en laat Rogier wel even zien hoe hij zijn kip biriyani moeten eten en kwakt zijn bakje met rijst en kip op de kop op het bord dat er bij geserveerd was. Een bord met een extra plasticje erover heen. Dat was vroeger niet. Of het alleen uit praktische overweging voor de afwas is, of toch ook uit hygiëne weten we niet zeker. Maar het was al wel eerder opgevallen dat als je een paratha met omelet als take away neemt, je het niet meer alleen in een krant mee naar huis krijgt. Maar dat er in de krant ook eerst een plasticje wordt gelegd voor je eten zorgvuldig in de krant wordt gevouwen. Toen ze doorhadden dat ‘the Boss’, want zo noemden ze Rogier, zich wel redde met eten, lieten ze ons gelukkig even alleen. Over het algemeen vinden de mensen het super leuk als je in hun restaurantje komt eten en wordt er druk gezwaaid als je de volgende dag een keertje langs loopt. En na nog een lekkere chai, moesten we dus wachten. En wat een keuze uit wachtruimtes: de lady’s wachtruimte, de gereserveerde wachtruimte, de airco wachtruimte waar je voor 10 roepie per persoon twee uur mag verblijven, en natuurlijk de open lucht wachtruimte, maar wel met ventilatoren. Daar zaten wij dus. Toen we na een tijdje doorkregen dat onze trein al klaar stond zijn we snel een plekje gaan zoeken en dat was maar goed ook. Al snel stroomde de trein vol en werden 4 persoonsbankjes al snel door minimaal 5 mensen bezet. Gelukkig hadden wij twee enkele stoelen en konden we ook in de overvolle trein royaal zitten ;-) Stipt om 16:10 uur vertrok de trein. Keurig op tijd, voor het eerst in onze Indiase ervaringen! Op naar Madurai en we zetten koers richting het... ‘Ehh... Lief? Waarom hebben we de zon nog steeds aan onze kant? Dat betekent dat we naar het zuiden rijden...’ Madurai ligt dus noord-oost! Net de andere richting op zeg maar.... En na 4 uur rijden waren we eindelijk weer ter hoogte van Trivandrum en moest voor ons gevoel de reis nog beginnen, maar kunnen we wel zeggen dat we zelfs in het zuidelijkste puntje van India geweest zijn.

De trein is altijd wel een belevenis op zich. Je verbazen over hoe druk het kan zijn en hoe dicht mensen zich op elkaar weten te pakken en er altijd nog wel ééntje meer bij lijkt te kunnen op de bankjes. De jongens die nog net op tijd in de rijdende trein springen en in de open deur opening blijven hangen. Woehoeeeeee.... Klinkt het dan als we door een tunnel rijden! Chai, chaia, chai! Chappati chappati, biriyani, idly! Biriyani. Chai, chaia, chai! Dat roepen de verkopers die op de perrons langs de trein lopen en snel de trein in springen. Al snel wordt de trein rustiger en nemen de mensen op de bankjes deze al snel helemaal in beslag en gaan lekker liggen. Onze stoel voelde inmiddels best hard. We merken nog op dat het best rustig reizen is met de trein in vergelijking met de bus, in de zin van dat je geen keihard toeterend verkeer van de weg aan je hoofd hebt. En lekker relaxt zien we het mooie landschap en de vele vele palmbomen, bananenplanten, enorme mooi groene rijstvelden en kleine dorpjes aan ons voorbij trekken. Tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke... Vanaf één of ander kruispunt rijdt de trein in de andere richting verder en gaan we dus eindelijk richting het noorden. TOEEEEET* TOEEEEET!!! TOEEEEEET!!!!!!!!!! Nu we de andere kant op rijden, zitten we dus bijna vooraan in de trein en horen we de toeter die de machinist, bijna continu, laat loeien maar al te goed... We lijken wel iets sneller te gaan en dat vinden we niet erg. We rijden nu meer door het binnenland en zien bergen verschijnen en een soort van bakstenen vierkante gebouwen/torens die aan de bovenkant open zijn. Waarschijnlijk een soort van fabriekjes waar ze bakstenen maken, maar het lijkt haast een grappig dorpje op zich. En iets verder ziet zelfs een windmolen park, tegen de achtergrond van de bergen en de roze lucht van de ondergaande zon, er mooi uit. En toen was het donker en zien we eigenlijk niets meer. Tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke... TOEEEEEEEEEEEEEET, TOEEEEEEEEEET!! Tjoeke-tjoeke-tjoeke-tjoeke... TOEEEEEEET!!!!!!
*Een woord volledig geschreven in hoofdletters, betekent in dit geval 130dB of hoger!

In India hebben ze geen digitale aankondigingsborden in de trein met welke halte de volgende stop is, ook staan er op de perrons geen handige borden met de namen van de vorige, de huidige en de komende halte en ook hebben we geen conducteur gezien aan wie we konden vragen waar we er uit moeten. Waar zouden we toch zijn zonder google maps ;-) Met maar ruim een half uurtje vertraging, echt keurig voor India, komen we rond middernacht uur aan in Madurai. Een hotel was al geboekt en we stappen doelgericht de straat op richting GPS locatie van ons hotel. Onderweg worden we, typisch Indiaas, weer bijna van de slippers gereden door de rickshaws die op die manier hun service proberen aan te bieden. Maar we gaan lekker lopen. Een rickshaw chauffeur roept nog dat er geen hotels zijn waar wij heen lopen. Maar ook dat trekt ons niet zijn driewieler in. Lekkere chaotische straatjes, stoffig met een hoofdletter S, eindelijk weer koeien op straat, jeuh nu zijn we écht in India, overal kleine tempeltjes en overal zijn nog mannen druk in de weer in de opslagruimtes die aan deze straat liggen. We hopen op een kamer die niet aan de straatkant zit.... Wat een drukte en lawaai nog op straat op dat tijdstip. Maar op de opgegeven locatie stond helemaal geen hotel... Die rickshaw meneer had dus gewoon gelijk... Met wat vragen worden we uiteindelijk weer terug naar het treinstation gestuurd... Best wel handig als de GPS locatie ook correct op de site staat. Beetje jammer om half 1 ‘s nachts en om dat te voorkomen hadden we dus juist een hotel van te voren geboekt. Maar uiteindelijk vinden we het hotel en worden we door een meneer die niet kan praten vriendelijk ontvangen en naar onze kamer gebracht. Een redelijke kamer, maar een bezem over de vloer was geen overbodige luxe geweest en zo veegt Rogier om 1 uur ‘s nachts met de douchemat onze kamer nog een beetje schoon.

In Madurai staat de Meenakshi Amman tempel. Een hele belangrijke tempel voor de Hindus in het zuiden en is net zo iconisch als de Taj Mahal voor het noorden is. De tempel is ‘s middags gesloten en aangezien we de ochtendopening hadden gemist, konden we pas om 4 uur naar binnen. Eerst maar even langs het Tirumalai Nayak paleis dan. Onderweg zien we overal kleine rijk gekleurde en versierde tempeltjes en is het een lekkere Indiase chaos op straat. De camera draaide overuren. Het paleis was niet heel boeiend en het bijhorende museum was weer lekker typisch. Eén van de museumhallen was wel een mooie ruimte met oude beelden, maar de andere ruimte was heel gaar, met overal spinnenrag, namen in de muren gekrast, niet schoongemaakte vitrines waar iedereen ook nog pasfoto’s door naar binnen had gegooid en als je de tuin in wilde lopen, leek het net of je de vuilnisbelt voorbij moest. Wel grappig was dat er ook heel veel Indiërs naar het paleis kwamen en daar in de schaduw een plekje zochten om te lunchen. Het was dus weer een gezellige drukte. Toen richting de Meenakshi Amman tempel. En als we een straatje inslaan, zien we één van de mooi versierde torens (gopuram) al boven de straat uittorenen. Als we het straatje verder uitlopen zien we dat hier al allemaal met beelden versierde pilaren staan, een beetje verstop achter de vele winkeltjes. Iets verder hebben de mensen zelfs golfplaten dakjes gemaakt tussen de mooi versierde pilaren en is het een overdekt winkelcentrumpje geworden waar vooral kleurrijke textiel wordt verkocht en waar je ook gelijk kleding van kan laten maken. Overal zitten mannen achter zo’n leuke ouderwetse naaimachine kleding en tasjes te naaien. En dan staan we voor de ingang van de tempel. Je mag niet zomaar naar binnen. Tas en camera moeten we helaas achterlaten. Toen nog langs een veiligheidscontrole en mochten we eindelijk naar binnen. We mochten alleen met de mobiel mochten we foto’s maken. Erg zonde, want het grootste gedeelte van het tempelcomplex was binnen en daar was het vrij donker voor de camera van de mobiel... Maar de tempel was super! En vooral lekker Indiaas! Eén van de mooiste tempels die we hebben gezien, en dat zijn er inmiddels best heel erg veel. Eenmaal in het complex, maar nog net niet in de tempel zijn ook nog allemaal winkeltjes waar je bloemen en mandjes met eten om te offeren kan kopen. Of ansichtkaarten en routekaarten van India... Het plafond is erg kleurrijk beschilderd met allemaal cirkels/bloemen en dat geeft de entree al een speciaal tintje. De hele tempel blijkt dat rijk versierde dak te hebben en op sommige plekken is ook op de grond een schildering gemaakt. Verder zijn er heel veel pilaren met erg mooie beelden, die soms helemaal geel gekleurd zijn van de gebrachte offers. We kijken onze ogen uit en zijn echt onder de indruk van deze tempel. Tussen de bezienswaardige drukte loopt ook nog gezellig een olifant met beschilderde kop die, als je er genoeg ‘geld in gooit’, een kunstje doet en met zijn slurf het hoofd van de mensen aanraakt. Alles voor goed geluk! In het binnenste van de twee tempels mogen we als niet-Hindoe’s niet komen, maar dat is misschien niet erg gezien de nogal lange wachtrij voor de tempel. Wij gaan maar eens een kijkje buiten nemen waar je de grote en erg druk versierde torens kan zien. Er waren vier grote torens en nog een aantal kleinere en nog een gouden koepel. Maar aangezien het al een beetje donker wordt, besluiten we om de volgende dag nog even terug te komen. En dat was het wel waard. De torens zijn weer rijk versierd met ontelbaar veel fel gekleurde beelden en de torens doen ons qua vorm een beetje denken aan de Azteekse tempels. De muur van het tempelcomplex is in verticale banen met rood en wit geschilderd en dat doet ons stiekem een beetje aan een circustent denken. En als je er dan die rijk gekleurde torens bij denkt en die olifant met zijn kunstje... Maar nee, het was echt een hele mooie tempel! In de straatjes rondom de tempel zitten allemaal souvenirs winkeltjes die heel slim hun dakterras aanbieden om foto’s te maken van het hele complex. En daarna moet je natuurlijk wel even de winkel door... En die winkels zijn groot! En staan bomvol allemaal beeldjes, klein en groot, sieraden, tapijten etc. Gelukkig hebben we maar drie keer geprobeerd om het perfecte uitzicht te vinden... Maar helaas stonden er steeds bomen voor. En na nog een praatje met een Indiër, in het Nederlands, die een Nederlandse vrouw heeft maar meer in India woont. Elke zin eindigt met ‘dat is toch mooi man!’ en bevestigd hij nog even alle vooroordelen over Marokkanen & Antillianen en word het Nederlandse immigratie beleid omschreven als ‘kom allemaal maar binnen jongens’! ‘Dat is toch mooi man!’

We hadden een goed plekje voor in de bus en konden mooi kijken wat er op de weg allemaal gebeurde. De radio stond gezellig aan met Indiase muziek en de chauffeur toeterde er lekker op los. Op het dashboard staan heel schattig twee kleine plastic bloempotjes met bloempjes en het dashboard zelf ligt weer lekker open. Het was relatief rustig op de weg en de weg was relatief goed. We toeterden langs kleine huisjes en zien vrouwen met waterkruiken op hun hoofd langs de weg lopen. Iets verderop zien we, voor ons gevoel in de middle of nowhere, ineens een aantal grote teddy beren aan een lijn tussen de bomen hangen. En iets verder nog een keer, en nog een keer... Je vraagt je dan toch af wie dat daar komt kopen, maar oke. Af en toe kwamen we weer door leuke dorpjes met de bekende drukte en allerlei kleine winkeltjes, en mensen die, al zittend op de grond, hun fruit en kokosnoten verkopen, de mannen die even lekker een chai staan te drinken, of één sigaret komen kopen of zo’n reeds gepeld mandarijntje die klaar liggen in een plastic pot,  de koeien die tussen het afval voor de winkeltjes op zoek zijn naar eten, etc. Na zo’n 3 uur vonden we de muziek inmiddels wat minder leuk en vonden we vooral dat de radio wel erg hard stond. En dat met het extreem luide én lange én vele GETOETER, maakte dat we het best een vermoeiend ritje vonden. En dat terwijl het maar 4,5 uur was. We worden oud... Of in ieder geval doof! Mijn hemel, wat een lawaai produceren die Indiërs toch. Als je in Nederland naar Awakenings gaat voor een gehoorbeschadiging, dan kun je ook prima voorin in de bus in India gaan zitten. In Thanjavur zien we trouwens onze eerste Indiase supermarkt. Er zijn altijd heel veel van die hele kleine winkeltjes te vinden waar een man achter een volgebouwde toonbank nog net kan staan tussen alle spulletjes die hij verkoopt. Maar dit was echt een winkel waar je naar binnen kon. Eenmaal binnen leek de balans toch wat meer door te slaan richting een ‘action’ in plaats van winkel waar je eten kon kopen, maar toch. We hadden in ieder geval weer een zeepje gescoord en konden we al het zand dat tijdens de bus rit lekker aan onze bezwete lijfjes was gaan plakken, eens lekker van ons afwassen.

Thanjavur staat ook bekend om een tempel en een paleis, dus die zijn we maar eens gaan opzoeken. Ook hier vonden we het paleis, de Royal Palace nog wel, niet heel boeiend. De hallen waren wel mooi gemaakt met allemaal pilaren en van die Arabisch aandoende bogen, maar het onderhoud was weer een beetje jammer. Zoveel namen in de pilaren gekrast, overal verf spetters van die ene keer dat er geschilderd was, muurschilderingen die helaas nogal vergaan waren, etc. Al stonden er best een aantal mooie beelden in de kunst galerij en was het wel bijzonder dat er een skelet van een walvis tentoon werd gesteld. Wat zou het gaaf zijn zo’n mega beest in het echt te zien! Wat eerder dan verwacht staan we al bij de Brihadishwara Tempel op de stoep en zijn weer onder de indruk. We dachten dat deze tempel na die in Madurai tegen zou vallen. Maar nee hoor. Ook deze is super mooi. We moeten onze slippers weer uitdoen en op blote voetjes verder. Geen probleem, totdat we merken hoe gloeiend heet de stenen zijn. Auw auw auw! ‘Kom, snel naar het gras!’ Er was op het tempelcomplex wel een juten loper uitgelegd, maar dat was zelfs nog maar net te harden. Net als de Indiërs, gelukkig, gingen we rennend van het ene tempelgebouw naar het andere, en ons eelt was binnen no time weg geschroeid (althans zo voelde het). Zo deed de tempel wel een beetje denken één grote Emile Ratelband challenge... Tjakka! We moesten hier ook weer een paar op de foto en Rogier werd nog aan een soort gestapo verhoor onderworpen door een jongetje dat door zijn familie met duwtje in de rug richting ons werd geduwd. ‘What do you think of India? How long are you staying in India? For what purpose are you here? What do you think of this temple? Have you been to more temples? Which one? Are you planning to visit all Tamil temples?’ Even leek het of de Indiase immigratie under cover was gegaan en het zweet brak ons bijna uit. Maar gelukkig konden we daarna weer verder onze voetjes roosteren. De tempels waren ook hier weer mooi versierd met allemaal beelden, maar zonder overdose aan kleurtjes en dat vinden wij stiekem toch mooier. De hoofdtempel is vooral impressive met een toren van maar liefst 61m hoog! Langs de tempelmuur was een hele galerij van lingams en redelijke muurschilderingen. Deze gang was lekker overdekt en dus koel en dus een ideale picknickplek voor de Indiërs die hier weer met borden rijst en wat niet meer lekker zaten te smikkelen. Ook staat hier de grootste Nandi (de stier van Shiva) van heel India! Goed afgeschermd achter een lekker puntig hek.

Vanaf Thanjavur pakken we de trein richting Chennai. Met een soort van kaartje voor de klasse ‘niet gereserveerd’ stonden we op het perron, net als héééééél veel andere mensen... En eigenlijk pasten we er niet meer lekker bij in. Uiteindelijk zou het vast gelukt zijn, maar we zijn maar in een andere wagon gestapt en hebben bijbetaald om gewoon lekker te kunnen zitten. Dat leek ons toch een beter idee dan met onze backpack 7,5 uur in een open deuropening staan. En precies op tijd kwamen we aan in Chennai. India lijkt echt aan het veranderen. Onze vroegere ervaringen waren die van uren lange vertragingen en stilstaan onderweg zonder een idee te hebben wat er aan de hand was, maar de Indiase NS rijdt gewoon best keurig op tijd. Ook viel ons al op dat er veel meer helmen worden gedragen op de ontelbare brommertjes en dat er overal ‘verkeerslessen’ worden verkondigd. Zoals op een muur die helemaal vol geschilderd is met dat je moet oversteken bij een zebrapad en de auto’s en brommers dus moeten stoppen en tekeningen met de tekst ‘speed thrills, but kills’. Ook hoef je in het zuiden van India niet overal ruzie te maken met de rickshaw chauffeurs over de prijs, want die ligt soms gewoon vast en betaal je van te voren. Plastic tasjes krijg je ook een stuk minder en soms zijn ze vervangen door stoffen tasjes. Goed afgekeken van de Bangladese buren! Niet dat de afvalhopen al afnemen... Sjonge wat een bende is het hier toch. Zo zonde. Grappige is wel dat de mensen zelf erg schoon zijn. Al nemen ze het ‘je eigen straatje schoonvegen’ wel heel letterlijk en ligt alle rommel vervolgens op straat, maar oke. En ook hun kleding ziet er altijd schoon uit, ook de witte saries en longhi. Hoe ze dat toch doen met al dat stof, is ons een raadsel.

Ons hotel in Chennai doet aan 24-uurs verhuur. Heel ideaal! Konden we vandaag nog even rustig op zoek naar souvenirtjes (onze dansende Ganesh van onze vorige reis is kwijt geraakt bij de post, grrr!)’, misschien een tempeltje meepakken en dan pas onze tas pakken, nog even douchen om dan schoon en fris richting vliegveld gaan. We besluiten om te starten bij de Kapaleeshwarar tempel om zo twee vliegen in één klap te slaan. Helaas staat de tempel totaal in de steigers en gaat ie sowieso pas om 4 uur open. Dan gaan we maar op dansende Ganesha jacht. Maar laten hier nou net alle winkeltjes vol staan moet loei gouden schreeuwende beeldjes en laten wij dat nu net niet zo heel mooi vinden. Per ongeluk vraagt Rogier een rickshaw driver waar je leuke beeldjes kan kopen en natuurlijk weet die de nodige shops, waar hij commissie voor krijgt... Eerlijk is eerlijk we vinden direct onze dansende Ganesha, maar die kost maar liefst 9x zoveel als dat we de vorige keer betaald hebben. Uiteindelijk praten we de helft eraf maar dan is hij nog steeds ruim 4x zo duur. Op naar de volgende shop en die heeft een héééle mooie, maar die kost maar liefst 23x zoveel (wat we zelfs nog bijna serieus overwegen). Uiteindelijk laten we ons toch maar afzetten bij een shoppingmall, waarvan we weten dat er verschillende shops zitten die waarschijnlijk wat goedkoper zijn. Uiteraard is onze rickshaw driver daar niet zo blij mee, aangezien hij nu geen extra commissie op strijkt... Maar okay, we slagen daar relatief snel, al moeten we het nu wel doen met een trommelende in plaats van een dansende Ganesha. Next time India...! Daarna kunnen we rustig richting ons hotel en aan ons laatste Indiase avondmaal beginnen. Is gewoon de naan op ofzo?!?!??!? NOOOOOOOOO!!   

Net als onze tijd op is.... Time is fun when you are having flies en dat hadden we zeker weer! Totaal anders dan Japan, en wat lijkt dat al weer lang geleden. De stoffige chaotische straten, het afval dat overal lijkt te liggen, de uber tropische warmte, het voortdurende getoeter, het voordringen bij de ticket balies, de kleine winkeltjes waar de kassa nog gewoon een oude doos is. Zo’n verschil, maar wat waren we snel gewend. De fijne warmte, het lekkere eten met eindelijke weer eens lekker veel groente, heerlijke jackfruit, rode bananen, ananas, papaja, watermeloen dat overal voor een prikkie te koop is, de chaos op straat waardoor je altijd iets te kijken hebt, de klederdracht, die norse gezichten met hun gekke geschuwd, de grote glimlach als je ‘hallo!’ zegt. India is, afgezien van het vreselijke getoeter, want dat is echt vreselijk, geweldig!! Maar ja, het visum is op, dus moeten we verkassen. En na wat hints van Azteeks uitziende tempels, zijn we inmiddels ook wel nieuwsgierig geworden naar Zuid Amerika. Nog geen vastomlijnd plan voor daar, maar waar de goedkoopste vlucht ons naar toe wilde brengen. En zo komt het dat deze Aziëgekken de grote oversteek wagen en zich voorbereiden op het roken van dikke sigaren in Cuba! Een goedkoop ticket betekent natuurlijk wel helse vliegtijden en de nodige pitstops, maar dat zal de pret niet drukken.

Zo maar eens kijken of het vliegveld van Chennai wifi heeft (ja! Nou ja, in etappes dan maar...) en we dit verhaaltje en wat kleurrijke foto’s kunnen posten. We hopen dat jullie net als wij hebben genoten van India en lezen jullie reacties graag!

Veel liefs en tot snel maar weer!

Little !ndia

Voor we in India aankomen hebben we een tussenstop in Kuala Lumpur. Zo eentje waar je U tegen zegt en we hebben dus 15 uur de tijd om deze stad eens een beetje te verkennen. Na een lange rij bij de douane regelen we wat ringitjes en kopen we eerst slippers, want die waren op en het is... zomer!! Dan gaan we op zoek naar de bus die ons naar de stad brengt.

Hoe tof Japan ook was, we zitten nog maar amper in de bus en hebben al weer het idee dat er hier meer avontuur is en we meer op reis zijn. Het is plakkerig warm, er staat een gezellig muziekje aan in de bus, buiten bij de bus staat één of andere wazige blanke in een wit gewaad met een doek op zijn hoofd te spelen op een grote muziektrommel, de locals hebben lol (met of om hem?) en maken dansjes om hem heen, waarvan de nodige foto’s worden gemaakt ;-), de bus vertrekt wanneer ie er zin in heeft of vol zit, dat was ons niet helemaal duidelijk, de buschauffeur heeft gewoon zijn eigen kloffie aan en geen net pak/uniform met pet en witte handschoentjes, scootertjes rijden weer op de snelweg, trapt deze buschauffeur het gaspedaal weer lekker in en zien we grote plantages van palmbomen. Hoewel we in Maleisië zijn, hebben we toch een beetje het gevoel al in India te zijn. Veel mensen zien er Indiaas uit en de bus komt aan in ‘Little India’. Alsof het zo heeft moeten zijn...

We scoren hier dus lekker onze eerste naanbroodjes en curry en na nog wat paracetemol voor Elske gaan we die twee grote bekende torens maar eens zoeken, de Petronas Towers. Deze zijn zo hoog dat we ze amper op de foto krijgen. In ieder geval niet als we ze samen met onze bleke koppies en samengeknepen oogjes tegen de felle zon proberen vast te leggen. Zonder kaartje van de stad en door de een lege accu ook geen google maps, zijn we extra blij met de Maleisische VVV waar we, toevallig tegen aan lopen, en waar we én een kaartje én wat stroom mogen lenen. Zo konden we weer doelgericht op pad richting de Eco trail, want dat was volgens de VVV het vetste. Midden in de stad is namelijk een stuk jungle waar je mooi door heen kan wandelen. Het personeel bij de Eco trail is overigens allemaal Chinees. Niks mis mee, maar als het Chinees Nieuwjaar is, is er ook niemand om de poort van het park open te doen... En laat het nou nog steeds Chinees Nieuwjaar zijn, dat duurt namelijk maar liefst 23 dagen... Maar ook zonder dat parkje vonden we de stad heel groen met de vele verschillende tropische bomen en samen met de warmte gaven die de stad een toch een soort jungle tintje. Ja KL lijkt hoog te scoren in ons lijstje van leefbare miljoenensteden.

Na een paar uur slenteren was het wel duidelijk dat onze net gekochte slippers, 2 voor de prijs van 1.2, geen succes waren ;-) Dus we gingen ook nog maar even langs een paar van de vele shoppingmalls. Helaas geen denderend succes en alle ‘officiële’ teva winkels lijken zelf op trek te zijn. Wel een succes zijn de Chinees nieuwjaar versieringen: grote apen, hele paviljoenen, gouden munten etc. Kosten nog moeite lijken gespaard... Maar hé het is dan ook wel het jaar van de aap. En toen was de dag eigenlijk al weer voorbij. Al met al hebben we niet echt iets gezien voor ons gevoel, maar was het toch een leuk dagje.

Nog snel een hapje eten in little India, voor we weer de bus richting vliegveld pakken, wordt wel een ultra snel hapje eten. We hadden al weinig tijd, maar blijkbaar moesten ze de kip nog vangen voor hij lekker gebraden werd in de tandoor, want het duurde een ‘beetje’ lang voor we ons eten kregen. Normaal niet erg, maar nu hadden we dus nog 5 minuten om onze super lekkere kip snel af te kluiven en de naan in een zakje mee te nemen... Toen rennen naar de bus. Wat natuurlijk niet nodig was, want we waren immers niet meer in Japan, en dan is de kans groot dat de bus te laat vertrekt, hetzij als de bus vol zit of de buschauffeur zin heeft om te vertrekken?! We haalden dus met gemak de bus, maar toen hadden we nog steeds haast om ons vliegtuig te halen en moesten op het vliegveld gewoon verder rennen. Precies op tijd voor het boarden waren we bij de gate en konden we aan onze laatste uurtjes richting India beginnen.

Hoe veel je dan kan typen he, over één dagje ;-) Binnenkort meer over het echte India en vooral het strand aangezien we onszelf hebben getrakteerd op ruim twee weken heerlijke strandvakantie :D Het is zomer, joehoe!

Veel liefs!

Zin in onsen! (2)

En nu dan snel verder met de rest van ons Japan avontuur. Hebben jullie Like a Pelgrim ook al gelezen...??! Doen hoor, anders typen we straks nog voor niets ;-)

De busrit naar Mount Fuji is niet zo boeiend. Althans, we zijn beide afgeleid. Rogier leest zijn boek en Elske haalt wat slaap in. De bedjes in Japan zijn nogal smal, zo’n 1,20 meter, en dat is zelfs voor ons best klein om goed te kunnen slapen. Maar goed. Als Elske net op tijd haar ogen doet, zien we de mooie Mount Fuji nog net voorbijflitsen. We hadden gedacht dat we wel naar de top konden lopen, maar dat schijnen de Japanners niet zo’n goed idee te vinden. Hoewel er maar een klein beetje sneeuw op de top lijkt te liggen, schijnt het zo ijzig koud te zijn, dat onervaren klimmers het wel eens met de dood moeten bekopen. Dat lijkt ons niet zo gezellig, dus zetten we nog maar een actie op onze to-do lijst voor een volgende keer Japan. Die groeit inmiddels best aardig... Vlak bij Mount Fuji zijn ook nog vijf mooie meren waar je mooi kan wandelen, dus we zijn zeker niet voor niets gekomen. Natuurlijk zoeken wij het meest afgelegen meer op voor onze hiking. Fijn, want dan zijn er minder toeristen. Helaas zijn er dan ook minder bussen die die kant op rijden... Natuurlijk hadden we de bus weer net gemist en moesten we met een andere bus en nog een flink stuk lopen naar ons startpunt. En na een picknick aan de rand van het meertje met Mount Fuji op de achtergrond begonnen we dan eindelijk aan de hike. Relatief kort, maar in die korte periode was het de lucht wel gelukt allemaal grijze wolken te verzamelen. Zo net rond de plek waar eigenlijk die vulkaan had moeten staan... Aangezien de grijze wolken steeds donkerder werden, besloten we maar om niet te wachten op een lucky moment dat de wolken open zouden breken. Onderweg naar beneden zagen we nog hem nog wel een paar keer, als we heel goed tuurden door de takken van het bospad, maar zodra we weer open zicht hadden, had Fuji zich weer verstopt. Gemeen toch?! En toen bleek dat het best al weer laat geworden was... De laatste bus ging over een uurtje en we moesten nogal een stukje teruglopen... In andere woorden we gingen die bus gewoon missen. So die bus jonguh. Maar gelukkig zijn we in Japan en we hoefden maar achterom te kijken naar de auto die ons achterop kwam rijden en toen stopte hij al om te vragen of we een lift wilden. Halleluja en lekker vroeg thuis! De volgende dag hebben we nog een mooie pagoda gezien, uiteraard met Fuji op de achtergrond en na wat rondgewandeld en verder wat tijd gedood te hebben, stapten we in de nachtbus richting Osaka. Eenmaal daar aangekomen was het flink zoeken in het station naar de plek waar de regionale bussen vertrokken. Op enig moment hadden we de routewijzers gevonden, maar vlak voor we er waren, was onze verwijzing eraf gehaald. Blijkbaar kon je vanaf daar niet meer verdwalen....?! Wij dus wel ;-) Maar uiteindelijk hadden we het gevonden, stapten we in de volgende bus en na een lange reis van zo’n 15 uur stapten we uit in Takamatsu. Blijkbaar zagen we er wat uitgeput uit want we mochten gelijk inchecken, nice!

Dat we een goed hostel hadden uitgezocht om jarig te zijn, bleek toen de lieve meneer Elske een verrassingsontbijtje op bed kwam brengen. Toen hij aanklopte deed ze wel ongemakkelijk in pyjama de deur open, maar eten maakt natuurlijk een hoop goed! En Rogier had heel lief allemaal lekkere verse luxe broodjes bij de bakker gehaald. Niet Japans, maar the girl loves her bread!! Een beter cadeautje kon er niet zijn. Een relaxt dagje wandelen in weer een mooie tuin met mooie boompjes, bruggetjes en lantaarntjes. Grappig is dat Japanners er vaak echt voor gaan zitten om de tuin in zich op te nemen. De eerste bloesem komt trouwens al aan de bomen... Maar het echt bloesemseizoen gaan we helaas missen, maar ja dat is een goede reden om nog een keer terug te gaan. Op de to-do lijst dus maar! Verder lopen we nog langs wat er over is van het oude kasteel en werd de dag goed afgesloten met sushi! Daisuke heeft ons heel lief met de auto naar zijn favoriete sushi restaurant gebracht. We kwamen in een bomvolle wachtruimte aan en twijfelden of we moesten blijven. Maar de wachttijd zou ongeveer een half uur zijn. Dat konden we aan. En we hebben ons verbaasd over hoe snel de Japanners blijkbaar eten, want inderdaad kon ons smikkelen na ongeveer een half uur wachten beginnen. Het meisje dat de namen van de wachtlijst oplas, schuifelde wel wat zenuwachtig heen en weer toen ze een vreemde naam zag staan, maar uiteindelijk zei ze iets dat op Elske leek... De uitleg die ze probeerde te geven, kregen we totaal niet mee, maar gelukkig zijn we best slim en lukte het ons om allerlei lekkers te bestellen via de digitale menukaart. En als je iets besteld had kwam het met een soort van treintje over een rails naar je toe geschoten. Die kenden we nog niet. Vet komisch! Bij thuiskomst was er nog een verrassing en hingen er verse aardbeien aan onze deur. Jummie!

Bij Kotohira zijn we nog even een heuvel opgeklommen via een fijne trap van zo’n 1376 treden naar de Konpira-san tempel. Dat de gemiddelde Japanner niet met ninja skills wordt geboren weten we inmiddels ook heel zeker. Sjeetje wat stampen die mensen, vooral op de trappen. Beetje een teleurstelling. Of moeten we het van de zonnige kant bekijken als dat er voor ons nog hoop is... De tempel is vooral populair bij zeevaarders die bang zijn dat hun boot zal zinken. Waarom nu juist een tempel die voor zeevaarders belangrijk is, helemaal boven op een nogal hoge heuvel staat is totaal onduidelijk. Sommige mensen hebben in ieder geval wel erg hun best gedaan om een heuse onderzeeboot helemaal naar boven te zeulen. Die zal zo in ieder geval niet zinken... Ook staan er bij de tempel grote waterpotten met blijkbaar heel speciaal water, want als je er een muntje oplegt, blijft ie drijven. We hebben, om de magische ervaring voor de andere mensen niet te bederven, niet geprobeerd om ook zwaardere muntjes dan 1 yen te laten drijven.... Wij vermoeden dat die namelijk wel zinken ;-) In Kotohira staat ook nog het eerste Kabuki theater van Japan en elk jaar wordt er nog een voorstelling gegeven voor hoog geëerd publiek. Het was een heel mooi en bijna schattig klein theater, niet die grote waar wij in Tokio geweest zijn. Als je Kabuki gaat kijken, zou je dat eigenlijk hier willen doen! We kregen een rondleiding in het theater zelf en uitleg over waar welk soort publiek mocht zitten en mochten we even plaats nemen op de plek waar de prins en prinses ooit zaten. Ook kregen we een kijkje achter en onder de schermen en uitleg over hoe de toneelspelers dramatisch ten tonele verschijnen via luiken in de vloer of vliegend aan een kabel. Alle toneelspelers zijn trouwens mannen, en vrouwelijke karakters worden dus door mannen gespeeld. Wij vonden het wel komisch dat de ‘vrouwen’ een eigen kleedkamer hadden, die ook bovenaan helemaal afgesloten was, zodat er niet stiekem naar de vrouwen gespiekt kon worden. Verder werd ons inzicht in de Japanse architectuur getest door ons te vragen oude ramen en deuren te openen, die waren voorzien van ingenieuze slotsystemen. Jullie snappen het al, die willen wij later ook in ons Japanse stijl huis ;-) Ook in dit theater moesten we natuurlijk onze schoenen uit en de levensgevaarlijke gladde slippers aan, en dat op die steile trappetjes. We snappen niet dat de mensen daar op kunnen lopen. Terug in Takamatsu heeft Daisuke de lokale tv over de vloer en wij nog wel denken dat we die mooi ontweken hadden door naar Kotohira te gaan... Of we even mee willen spelen... Uh ok. Dus opnieuw ‘natural’ de lounge binnen gelopen waar de tv ploeg op ons wachtte, wat daarna de bedoeling was geen idee, het bleek om een tourist app te gaan die Daisuke had gemaakt. Anyways met ons natuur acteertalent zijn we dus op de Japanse tv.

Na de stad was het tijd voor natuur. Een mooie kloof, die van Oboke om precies te zijn. Ons guesthouse zat heel mooi boven op een berg met een fijn uitzicht over de vallei. Helaas was de ophaal-service niet door gekomen en moesten we berg op met alle bagage. Verwonderde blikken van de eigenaars van het guesthouse en dat we de volgende keer vooral moesten bellen om opgehaald te worden en hoe we hun guesthouse wel niet gevonden hadden... Een stukje lopen kennen ze ook in Japan blijkbaar niet zo. Al was een pick up hier wel fijn geweest... Helaas deed de airo-verwarming het niet al te best en was het zo koud dat je liever op de wc bleef zitten, die door de verwarmde wc-bril aangenamer aanvoelde... Beetje jammer! Elske heeft zich de eerste avond dan ook verstopt onder vier lagen extra dikke dekens tot ze weer een beetje opgewarmd was. Aangezien we in het laag seizoen zitten, rijden er maar 4 bussen per dag door de kloof en moeten we ons tripje nogal strak plannen. Dat ging best goed, al was het handig geweest om vooraf uit te zoeken of het oude samoerai huis wel open was... Dat ie niet open was, kwamen we dus achter toen we daar waren. Terug beneden in het dorpje halen we bij toeval nog de bus. We dachten dat de bus nog 20 minuten op zich liet wachten en gingen schuilen tegen de kou in het museum en zo hoorden we dat de bus over 2 minuten ging. Rennen! In Nishi iya bedachten ze 1000 jaar geleden een oplossing om makkelijk aan de overkant van de kloof te komen en die lijkt recht uit een Indiana Jones film te komen. Een enorme liaanbrug van wel 45 meter lang. Nee dat hadden we zeker niet verwacht te zien in Japan, vet! Ook was er een waterval, waar we zo ongeveer onder escorte naar toe gebracht zijn. Ze waren aan de weg aan het werken en er kwam een mannetje naar ons toe gesneld die ons hielp oversteken en langs de machines leidde, een volgend mannetje riep die ons verderop opving en ook weer hielp oversteken... Haha, te schattig. En na 5 minuten bij de waterval kijken, wilden we weer terug... Sorry!

Na een half uurtje trein, 37 minuten wachten op een volgende trein voor een ritje van 8 minuten en daarna een half uur heel hard lopen, waren we nogal bezweet, maar precies op tijd voor de bus naar Matsuyama. Ons hotel bleek echt zo groot en fijn te zijn als op het plaatje, een klein huisje leek het, zo groot. Met enorme tv, beamer, bubbelbad en zelfs een tv in de badkamer en wat andere dubieuze trilattributen, want ja we kunnen in Japan natuurlijk niet de lovemotels overslaan. En bijkomstig plezierigheidje dat dit hotel, ons rookhok in Osaka niet meegeteld, de goedkoopste kamer was in Japan... Ze kwamen zelfs ontbijt naar je kamer brengen, zetten het in een apart hokje bij de deur en dan spelen ze belletje lellen. Zo is menselijk contact overbodig. Lekker privé. Soms staat er daarentegen wel een vrouwtje voor de deur met een tas attributen...?!?! Bleek ze bij de verkeerde kamer te staan, ha! We bleven maar nachtjes bijboeken en hebben uiteindelijk 9 dagen winterslaap gehouden ;-) en geschuild voor de 'storm'. Natuurlijk hebben we nog wel de beroemde Dogo Onsen bezocht en zijn we even bij het mooie kasteel langs geweest en bij één van de drukste tempels op de 88 temple pelgrims route, die we niet gedaan hebben...schaam. Maar die ook heel tof is als je niet de pelgrims route loopt :-) Met zelfs een onwijs lange grot waar je letterlijk struikelt over de beeldjes... En dat is niet eerlijk want onze voetjes zijn niet van steen en die van hun wel...

Japan is echt super leuk, maar we missen de zomer. Ook op Okinawa is het weer soso dus tijd voor een change of plans en besluiten we onze laatste dagen in Japan op Kyushu te slijten en niet verder zuidwaarts te trekken. Als we in Matsuyama vertrekken lijkt het ineens lente en is het superlekker weer. Ehh...misschien moeten we toch in Japan blijven? Maar als we een half uur later met de trein uit een tunnel komen en het landschap ineens weer wit is, hebben we eerder spijt dat we niet nog sneller naar de zon vliegen. Op de ferry ziet de zee er ook weer uit als een deprimerend grijs monster, althans volgens Elske, en in Beppu aangekomen blijken de stadsbussen niet te rijden vanwege aangekondigde sneeuw... Het schijnt hier maar eens in de tien jaar ofzo te sneeuwen, lucky us, en vinden ze die witte vlokjes maar eng. De bussen rijden dus niet en de auto's die wel rijden hebben sneeuwkettingen om... Aangezien er nog bijna geen sneeuw ligt, klinkt het alsof iedereen met een lekke band op de velg rijdt... en vliegen de vonken je soms letterlijk om je oren bij het optrekken. Maar ja, als er op de verkeersborden staat dat sneeuwkettingen verplicht zijn, dan doet de gemiddelde Japanner ook braaf één sneeuwketting om een willekeurig wiel...

We moesten dus lopend naar ons hotel, een luxe ryokan dit keer, waar we redelijk besneeuwd aankwamen. Maar gelukkig met eigen binnen én buiten onsen. Nou ja, eigen. Niet op onze kamer, maar wel in de ryokan. En die was vrij rustig, waardoor het praktisch privé badjes waren. De buiten onsen zag er extra mooi uit met de besneeuwde tuin. Een betere plek dan Beppu was er eigenlijk niet om in de sneeuw vast te zitten. Ook al zijn er verschillende ‘hellen’ in Beppu, die zijn in ieder geval lekker warm. De stoom komt hier letterlijk tussen de straatstenen door en soms lijkt het of heel Beppu in de fik staat. Voor we naar de hel gaan, eerst maar eens even lunchen. Een ramen bij een grappig lunchmannetje dat al rennend iedereen bedient en met allerlei kaarten van de omgeving aankomt rennen en ons wel 37 keer verteld dat we toch echt naar het modderbad moeten gaan want dat is goed, super goed. Hij trekt Elskes arm hoog de lucht in, dat ze los komt uit haar stoel, en vouwt dan van haar hand tot een opgestoken duim, zo goed is het!! Ook leent hij ons fototoestel om als een razende idioot vijf foto’s van ons te maken. Maar niet voordat we beide een bosje kunstbloempjes in onze handen geduwd krijgen. Rogier moet ook zijn bakje met ei, gestoomd in hotspring stoom, omhoog houden. En smile! Dat kan natuurlijk alleen maar een onwijs goeie foto worden:D Na de lunch laten we onze voeten nog even wennen aan de hel in het openbare voeten stoombad, waar je soms net je voeten brand als je ze te dicht bij de bron zet. Daarna is het tijd voor de echte hellen van Beppu. Zoals die van de blauwe zee: wat gewoon een mooie blauwe poel met waarschijnlijk hellerig warm water is of de hel van de kale monnikhoofden waar modder zo opbubbelt dat het soms net op een kale monnikkop lijkt. Verder was de toegangsprijs ook hellerig hoog, dus hebben we de rest maar laten zitten. Wel grappig is dat er zelfs een krokodillenboerderij is, die zijn krokodillen verwent met lekker warm hotspring water. Verder is het maar koud, dus gaan we snel richting onze warme badjes van onze ryokan.

De volgende dag is het tijd voor ons luxe ontbijt. En terwijl we nog lekker zitten te smikkelen, komt mevrouw vertellen dat ze ‘mistake’ heeft gemaakt en dat we geen ontbijt hadden mogen krijgen en dat we even extra moeten betalen.... Was blijkbaar niet helemaal over gekomen dat we het ontbijt van de laatste dag naar de dag ervoor hadden verschoven... Maar toen we dat duidelijk hadden gekregen was alles weer koek en ei en konden we rustig verder eten. Zitten we even laten rustig uit te buiken op onze kamer, komt men met drie man sterk: change room?! Oke twee losse boekingen maken, werkt bij deze mensen echt totaal niet... Gelukkig is de 2e kamer een stuk leuker en hebben we een besneeuwd tuintje als uitzicht. Tijdens het lekkere en luxe avondeten blijven ze maar schaaltje met nog meer gerechten brengen. Echt een verwennerij! Helaas is het niet echt rustig genieten, want de hotelmevrouw blijft maar vertellen over haar dure meubelset die ze schijnbaar voor een prikkie als cadeautje van een vriend heeft gekregen. Echt Italiaans mahoniehout met van hout ingelegde stijgbeugels??? Super mooi....?

De volgende ochtend dompelen we ons in het donker nog even onder in het lekker warme water van de onsen.... Hééééél kort... iemand had de hete kraan (en heet is 90 graden heet) vol open laten staan, weten we ook weer hoe een kreeft zich voelt... Daarna pakken we best vroeg de bus richting Beppu station om vervolgens de bus richting Kurokawa onsen te pakken, die tot grote ergernis weer langs ons hotel rijd.t... Hadden we een uur langer kunnen slapen... -1 voor de tourist-office in Beppu :-p Maar dan zouden we wel de zonsopgang hebben gemist, die het met alle stoom van alle ‘hells’ wel erg mooi deed. Onderweg zaten we echt midden in de winter. En aangezien ze hier niet zo voorbereid zijn op sneeuw, was de weg mooi wit en reed de chauffeur extra langzaam. Oh nee, toch niet. Het leek alsof deze man best hard reed, in ieder geval voor Japanse begrippen, maar hij bracht ons veilig bij Kurokawa onsen. Hier dropten we onze tassen en gingen we op zoek naar de leuke badjes. Hier hadden ze ook gemengde onsen dus konden we eens een keertje samen badderen. En aangezien het heel erg rustig was, hadden we de onsen praktisch voor ons zelf (de tweede zelfs echt). Kurokawa zelf is een schattig klein stadje, waar behalve de onsen niet veel te beleven valt. Om ons niet te hoeven haasten, dat past toch niet bij de onsens, pakten we een bus later richting Kumamoto dan eigenlijk bedacht. En of dat nou slim was? We wisten dat de weg slecht was en onze eerste bus had ook iets vertraging daardoor, maar we hebben ruim 50 minuten in de kou staan wachten. Heel lief kwam één van de mensen die in zijn warme auto zat te wachten op de bus om gasten naar hun luxe ryokan te brengen, ons na 45 minuten halen om met hem in de auto te wachten. Had die beste man dat maar 30 minuten eerder gedaan, voor we in en in koud waren geworden... Van de andere twee wachtende Hong Kongse jongens vernemen we nog even dat Hong Kong ook niet meer is wat het geweest is, omdat er nu te veel Chinezen wonen... ha! Huh? Als zij al vrij snel uitstappen, hebben we de bus helemaal met ons tweetjes en komt de buschauffeur ons heel schattig dekentjes brengen en zo zaten we als opa en oma onder een dekentje in onze privébus naar Kumamoto.

In Kumamoto doen we nog maar weer eens een kasteel. Groots in oppervlakte met een soort doolhof van de verdedigingsmuren, maar helaas is de binnenkant van lelijk beton. Gelukkig is er wel een heuse samurai show, die ons doet geloven dat de samurai’s naast grootse vechters ook zeer grootse synchroon dansers zijn ;-) Na deze schitterende show begeven we ons naar een echt samurai huis dat wel heel mooi en authentiek is. De dag sluiten we af op z’n Sri Lankaans, met kottu! We waanden ons weer even helemaal terug met de 130 decibel gerakketakketakke op de kookplaat.

We gaan verder als een speer naar Takachiho. In Takachiho droppen we weer onze bagage bij de touristinformation en rennen we naar de supermarkt voor wat eten en terug naar het busstation om gelijk een bezoekje te brengen aan de Ama-no-Iwato-jinja. Een shinto schrijntje dat mooi tussen de weer bijzonder hoge bomen staat. Er zou een mooi pad langs een riviertje zijn, naar de plek waar de zonnegod Amaterasu zich ooit schuil hield, maar gezien alle hekjes kregen we sterk het vermoeden dat we dat niet meer mochten gebruiken. Iets verderop zagen we nog een paadje en zijn we dat maar gaan lopen. Al kregen we het gevoel dat dit toch ook niet naar de grot zou leiden. Maar het was er hoe dan ook mooi, dus ach. En dan, zo stiekem om het hoekje, is ie daar ineens. De overhangende rotswand die leidt naar de grot waar Amatersu zich schuilhield, waar je overigens niet in mag, en waar allemaal stupaatjes zijn gemaakt van kleine steentjes. Al die kleine torentjes zagen er mooi uit en gaven de grot een speciaal tintje. Ze zeggen dat toen Amaterasu in de grot zat , er wel 8.000.000 goden buiten de grot hebben gestaan om haar eruit te halen en het leek of die er nog steeds stonden met al die stupaatjes... Amaterasu had waarschijnlijk helemaal geen zin om haar fijne holletje uit te komen. Maar ja, als er 8 miljoen goden, met zo’n doorzettingsvermogen dat ze er nu nog steeds staan, constant aan je deur staan te krijsen, zouden wij op een gegeven moment ook naar buiten komen. En zo geschiedde het en was er weer dag licht! Bij een ander schrijntje kregen we een beetje de kriebels. Zo tussen de extreem hoge bomen stond een standbeeld van een vrouwtje wat op een of andere manier wat griezelig aandeed en toen we langs haar liepen, draaide ze met ons mee. En toen we ons omdraaiden om te kijken wat er gebeurde, stopte ze... Dapper zin we doorgelopen de trappen op naar het schijntje en daar maar gebeden voor een veilige terugweg ;-) Terug in Takachiho gaan we op zoek naar de kloof. Waar het diep blauwe water diepe kloofwanden heeft uitgeslepen in de loop van de tijd. Waar dan ook nog mooie watervallen kletteren en eenden kwetteren. Ja, dit is er zo’n eentje waar een foto meer zegt dan een 1000 woorden. We rest our case...

Omdat Rogier een gloeiende hekel heeft aan backtracken, reizen we verder naar Miyazaki aan de oostkust. En als je daar dan toch bent, kun je natuurlijk best een bezoekje brengen aan de Udo Jingu, die daar niet echt in de buurt ligt. Maar gelukkig, volgens een geweldige Japanse logica, kost een transport dagpas 30% minder dan een enkele reis naar de tempel en zijn we anderhalf uur later op locatie. Alle Japanners lopen rechtdoor, dus slaan wij linksaf waar een pad de heuvel op loopt. De omgeving is supermooi, maar het pad superslecht omdat het die nacht geregend heeft. Eenmaal boven op de heuvel, wat een stuk langer duurde dan we gedacht hadden, zien we een hek met prikkeldraad... Nou ja, de weg is belangrijker dan het doel toch... of zoiets. Daarna pakken we op de splitsing het pad dat naar de eigenlijke tempel loopt. Nou ja loopt, glibbert! ‘De zee slaakt een diepe zilte zoute zucht...’ De tempel ligt weer erg mooi onder een uitstekende rotswand, terwijl de zee zijn best doet om rotsen kapot te beuken aan de andere kant, maar dan eigenlijk vooral zelf het goede voorbeeld geeft... Prima picknick spot! Maar trouwens, waar zijn al die andere mensen? Hmmmz misschien is dit toch niet de hoofdtempel. Okay, het is ook al best wel laat inmiddels... We go! Terug rennend over het glibberende blubberpad hebben we nog net 5 minuten om door de mooie hoofd-grot-tempel heen te rennen en even te genieten van de rotsformaties en uitzicht over de zee voor we terug rennen naar de bus, zodat we diezelfde avond nog aankomen in Kagoshima.

We kwamen wat laat aan en dus zijn we extra blij met de ramen tent die onder ons hotel zit. Er werken ook hier weer over ijverige mensen die de hele tijd letterlijk in het rond rennen, gelukkig niet als ze met de grote kommen hete soep lopen, om het iedereen naar de zin te maken. En als we weggaan worden we uitbundig bedankt en uitgezwaaid. Dat is hier toch wel grappig. Zodra je een restaurant of winkel binnenstapt roept iedereen iets, waarvan wij denken dat het iets in de trant van hartelijk welkom moet betekenen. En zodra je van je tafel opstaat roept iedereen, ook vanuit de keuken, ook weer iets. Bij het afrekenen krijg je een heel verhaal en dan roept iedereen nog weer iets als je daadwerkelijk de deur uitloopt. Volgens ons moeten die mensen bekaf zijn als ze na een lange dag werken thuiskomen. Wij waren na deze lange dag van sightseeing en vele uren in de bus wel moe en zijn snel onder dekens gekropen.

Vlak bij Kagoshima ligt de vulkaan Sakurajima, die tot 1914 op een klein eilandje stond, maar sinds die uitbarsting aan de oostkant vastzit aan ‘het vaste land’. Met de ferry kunnen we er naar toe varen en we hebben vanaf het water een mooi uitzicht op de vulkaan. Helaas kunnen we niet naar de kraterrand klimmen, want de vulkaan is nog soort van actief en zou nog zo’n 1000 keer per jaar ‘puffen’. Volgens ons was er geen vuiltje aan de lucht, want we hebben geen pufje gehoord en geen rookwolkje gezien... Maar verder was het een leuke wandeltripje, waarschijnlijk vooral omdat we het idee hadden dat de zomer was begonnen. Echt superlekker weer en hadden we bijna spijt dat we geen korte broek aan hadden. En dat terwijl de sneeuw op sommige plekken nog niet helemaal was weggesmolten. Als we ‘s avonds nog een keer ramen gaan eten, worden we vanuit de open keuken uitbundig welkom geheten en wordt het driftig zwaaien vergezeld van een hele brede lach. Zo voel je je echt welkom! En als we weggaan komt het meisje ons buiten achterna om te vragen of we lekker gegeten hadden en wat onze namen waren. Vet komisch!

De volgende dag proberen we eindelijk de Japanse kapper uit. Naar de kapper gaan in Japan is helemaal beleefdheid over de top. Eerst wordt je haar wel drie keer gewassen (service of vonden ze ons heel vies...?) terwijl ze ook je hoofd een beetje masseren en je een doekje over je ogen krijgt zodat je echt kan ontspannen en krijg je na het wassen nog een lekkere warme doek op je hoofd, voordat ze aan het knippen beginnen. En na het knippen en al een aantal buigingen en arigato's dat we hun klanten waren, liepen ze met z'n drieën mee naar beneden de straat op en krijgen we nog diepere buigingen en blijven ze wachten tot we de hoek van de straat bereiken om vervolgens nog een keer te buigen... We kunnen er wel aan wennen :-p En omdat we voelen dat we onze laatste dagen in Japan aan het slijten zijn gaan we nog maar een keer uitgebreid sushi eten. Als je hier je een custom bestelling doet, wordt deze met een mini shinkansen treintje naar je toe gereden, hoe vet is dat! En als de vis op is...?!?!? Gaan we gewoon naar het volgende sushi restaurant. Niet zo goed voor de portemonnee, maar wel voor de maag... nom nom nom... Trouwens, wij dachten dat sushi met mayonaise voor de westerse markt was uitgevonden, maar in Japan zelf gaan die ook als zoete broodjes over de toonbank... Of het eten sowieso nu zo gezond is vragen we ons ook wel af.... Alles zit onder een flinke laag saus, of wordt gefrituurd, zelfs lekkere visjes zitten onder een dikke laag paneermeel en verworden via de frituur tot een grote visstick en in de ramen wordt als finishing touch een klont boter gegooid...

Dat alleen het meenemen van een Engelse vertaling van je Japanse bevestigingsmail met de boekinggegevens van de bus niet zo handig is, blijkt als we de bus richting Fukuoka willen nemen. Onze namen staan helaas niet op de reserveringslijst en onze Engelse bevestiging dat we toch echt geboekt én betaald hadden, kon onze beste chauffeur niet lezen... Twee jongens proberen ons te helpen en na zo’n 20 minuten en een belletje naar het hoofdkantoor mogen we toch instappen, al moeten onze betalingsgegevens nog gecontroleerd worden. Wat huiverig stappen we in, want in dubbel betalen hebben we echt geen trek. Maar gelukkig is er wifi bij de bus en nog net op tijd voor vertrek kunnen we de Japanse bevestiging laten zien en is alles weer koek en ei. Waarom we daar niet eerder aan hadden gedacht... Waarschijnlijk omdat we te moe waren van de 5.30 uur afgaande wekker en na bijna geen slaap omdat het uberhaupt maken van de reservering al nachtwerk was geworden. Hoe moeilijk een reservering kan zijn? Tja, op zich is het te doen, maar als je je naam in fullwith kana moet opgeven, foutmeldingen niet helemaal goed weergeven wat je niet goed doet en meer van dat soort grappen... Tja, dan duurt het best lang. Maar goed, we waren dus onderweg! Maar dat duurde niet lang. Want hoe vroeg het ook was, of juist daardoor, koffie was er natuurlijk wel gedronken voor we de bus in stapten en dat bleek geen goed idee... We moesten echt onwijs nodig plassen. En toen we niet meer wisten hoe we moesten zitten, we van narigheid begonnen te zweten en buikpijn kregen, hebben we de buschauffeur maar om een plaspauze gevraagd. En gelukkig zijn de Japanse buschauffeurs zo beleefd dat ze dat doen. Zelfs als je na 50 minuten, uiteraard onder diepe verontschuldigingen ‘gomenazai gomenazai gomenazai...’, nogmaals vraagt of hij even wil stoppen... En met droge broeken halen we de eindstreep :D In Fukuoka lopen we nog even langs het Hakata Machiya Furusato-kan tempeltje, want volgens inside information schijnt daar een festival te zijn. Van oudsher vieren de Japanners de komst van de lente door de demonen weg te jagen door met bonen op hen te gooien. Wij vonden die verklede demonen eigenlijk wel grappig en hebben, ook omdat de uitleg pas later kwam, de gekregen bonen opgegeten... Japanse ouders vinden het ook een goed plan om hun kind aan de demon te geven en dan een foto te maken. De Japanse kinderen vinden dit duidelijk een minder goed plan. Het was ook hier weer heel erg druk en het is grappig om te zien dat de tradities nog zo in ere worden gehouden. Al staan de Japanners ook zelf vooraan met het maken van foto’s van de als geisha geklede vrouwen en drukken ze de camera nog meer in hun snoetjes dan dat de blanke toeristen dat doen. Na nog een hapje eten met Tibo, supplier van inside information, vervolgen we onze rit naar Karatsu. 

Karatsu, een leuk stadje met een kasteeltje met uitzicht over de zee, staat vooral bekend om het Japanse aardewerk. Heeeeel duur aardewerk... We grapten dat we dan met onze grote backpack zo'n klein winkeltje binnen zouden stappen. Ons een keer links en rechts zouden omdraaien... En daarbij dan de vitrineplanken ‘per ongeluk’ leeg zouden vegen... Failliet...ha! Zo staan hier kommetjes met glazuur wat er uit ziet alsof een klein kind een taart aan het glazuren is geweest, maar over de toonbank gaan ‘voorzichtig!!’ voor maar liefst 20.000 euro!?!! Aardewerk is dan ook functionele kunst in Karatsu en we zijn stiekem wel een beetje verliefd geworden op bepaalde items in het Japanse aardewerk. Zo hadden we bijna onze backpack volgeladen met goedkope koffiekopjes van 50 euro per stuk. Maar dat leek ons uiteindelijk toch niet zo verstandig, we zijn immers nog lang niet thuis...

Deutschen punktlichkeit kennen ze hier ook. Als je amper 2 minuten te laat uitcheckt, staan ze al voor je kamerdeur om te vragen of je wel uit gaat checken. Wij stonden gelukkig net op het punt om de deur open te doen, gepakt en al, en was alles weer oke. Op naar Nagasaki. Het hotel is al gebeld door de Gunkanjima Concierge en onze reservering bevestigd dus gaan we de volgende ochtend op een boot tripje. En wel naar Hashima of wel battleship island, want vanuit de juiste hoek lijkt het inderdaad op een oorlogsschip. Met de boot naar de boot dus. Hashima was ooit de toegangspunt voor onderzeese kolenvelden, dus liet Mitshubishi een heus stadje bouwen op dit mini eilandje en werd het het dichtstbevolkte plekje op aarde! Blijkbaar was een stadje bouwen goedkoper dan mensen elke dag mensen heen en weer pendelen. In 1974 is de mijn gestopt en het eiland verlaten en inmiddels ziet het er uit als oorlogsgebied met ingestorte en overgroeide gebouwen. Dit charismatische spookeilandje is misschien wel beter bekend uit James Bond film skyfall of voor Anime kenners uit de live action versie van Attack on Titan. Helaas konden we op het eiland niet echt tussen de gebouwen door lopen want dat was te gevaarlijk... Verder had het allemaal wel wat weg van een schoolreisje. Op de boot werden er, zoals Japanners dat zo goed kunnen, weer goede voorzorgsmaatregelen getroffen en lagen er op het bovendeck allemaal mooie dikke jassen klaar. Geen overbodige luxe bleek en hebben we ons maar lekker verstopt voor de koude wind in de grote capuchons. 

Nagasaki is verder nog bekend als de enige haven waar mensen Japan in en uit mochten en werd gerund door Nederlanders. De meeste buitenlanders in Nagasaki waren destijds ook vooral Nederlanders en voor het gemak werden in die tijd alle buitenlanders aangemerkt als Hollanders. De straat waar veel buitenlanders woonden noemen ze Hollander slope en is een geliefde toeristenattractie tegenwoordig. Wij begrepen eigenlijk niet helemaal waarom... Natuurlijk hebben we nog een bezoekje gebracht aan Dejima, het havenstukje dat door de Nederlanders werd gerund. En hebben vooral hartelijk gelachen om de dode tak die onder de titel 'flowering dogwood' ooit gepland is door onze Wim-Lex. Nagasaki staat verder natuurlijk bekend om de atoombom die daar ontploft is. De gevolgen kenden we inmiddels, maar het leek wel of de foto's hier nog gruwelijker waren. Hier waren namelijk ook foto's van de mensen die ter plekke verbrand waren en zag je overal als standbeeld verstijfde en totaal verkoolde lijken. Weer gegrepen door alle horrorstories, spenderen we iets te veel tijd in het museum om nog de geplande tempels voor die middag af te tikken. We gaan trouwens ook net te vroeg weg om Chinees nieuwjaar nog mee te maken. In Nagasaki zijn de Chinezen goed vertegenwoordigt en China Town maakt zich op voor een groot feest. Denken we. De versieringen zijn in ieder geval uitbundig en immens groot. Zo staan er op veel plekken meer dan levensgrote dieren als tijgers, paarden en muizen. Allemaal van papiermaché. En ook in klederdracht gepapiermachéde poppen. En alle lampionnetjes langs het water en de versierde tempels zien er erg gezellig uit. Maar wat we zeiden, we vertrekken te vroeg om hier ons vuurwerkfiasco van ons eigen Oud & Nieuw goed te maken. Misschien kent Osaka ook een China town...

Zoals gezegd kwamen we tijd te kort en kregen we het zelfs een beetje benauwd of we onze vlucht naar Osaka wel zouden halen. De buschauffeur was namelijk weer een echte Japanner en reed heel netjes en vooral rustig (lees: tenenkrommend traag). Wij dachten altijd dat de bussen zo langzaam reden zodat ze dan in het geval van vertraging een snelheidsmarge hadden om meer gas te geven, weer in te lopen en alsnog op tijd te arriveren. Maar in plaats van wat extra gas geven, zet de buschauffeur de bus in zijn vrij om benzine te besparen of zo... Nog voor de bus helemaal stil staat, staan we wat ongeduldig bij de deur om snel onze tas te pakken en naar binnen te rennen. Gelukkig was het vliegveld zo klein dat we niet hoefden te zoeken naar de incheckbalie, daar stonden we bij binnenkomst direct voor. Wel moesten we weer spullen uit onze grote bagage halen en in de handbagage stoppen... Terwijl we die spullen juist voor het vliegen hadden opgeborgen... Nieuwe regels? Maar zo staan we een uurtje later, in plaats van 14 uur als we voor de net zo dure nachtbus hadden gekozen, ineens weer in Osaka voor onze laatste twee dagen Japan. Elske is helaas wat griepig en zo brengen we onze laatste dagen door met nog een burger van de Mosburger en paracetemol... Zoveel paracetemol dat het de laatste dag nog wel lukt om lekker sushi te eten bij onze vaste stek in Osaka. En omdat het echt de laatste sushi voor een tijd gaat zijn, hebben we ons maar eens getrakteerd op de extra vette tonijn en die was, eerlijk is eerlijk, ook echt wel heel lekker!

En toen was het tijd. Tijd voor de zomer! We hebben 76 dagen genoten van het schitterende Japan en komen zeker weten terug!! Maar als we nog langer willen blijven reizen, wordt het budgettechnisch toch wel tijd om een andere stek te kiezen. En hoewel ze voor deze reis niet in de planning stond, staat ze altijd op de wishlist. Na het serene Japan, met haar orde en netheid, de hoffelijke mensen, de superschone straten (waar overigens en heel onhandig geen prullenbak te bekennen is), de netjes binnen de op de stoep getekende lijnen opgestelde wachtrijen voor het openbaar vervoer, dat altijd (nou ja, bijna altijd) precies op tijd rijdt is, verkeer dat nooit lijkt te toeteren.., is het tijd voor het andere uiterste en gaan we alle zintuigen weer eens flink prikkelen. Tijd voor kleur, geur, chaos en weer wat meer avontuur... Oh yeah India, here we come! Again...

Iedereen weer bedankt voor de reacties! Leuk om te lezen en we lezen jullie graag weer!! Vergeet ook niet de extra grote selectie aan foto's van lovely Japan te bekijken!
Liefs!!